Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Beroepsstandaard (schoolopleiders)

Registratie als lerarenopleider vindt plaats aan de hand van een beroepsstandaard, vastgesteld door de beroepsgroep. De beroepsstandaard heeft als referentiepunt de gemiddeld ervaren lerarenopleider in een wenselijke situatie. Het is een standaard die geldt voor alle lerarenopleiders (zowel opleiders bij lerarenopleidingen basis- als voortgezet onderwijs, in scholen, hbo- en wo-instellingen). De beroepsstandaard was in eerste instantie bedoeld voor instituutsopleiders. In een latere fase is ook een standaard voor schoolopleiders vastgesteld, die u hieronder aantreft.

Beroepsstandaard (schoolopleiders)
Ontwikkelversie februari 2008

Grondslag voor het opleiderschap - Een competente schoolopleider is een goede leraar. Een competente schoolopleider heeft zicht op de ontwikkeling van leerlingen, van (aanstaande) leraren en van zichzelf. Deze schoolopleider staat open voor anderen, neemt initiatieven en is zowel kritisch als tactvol. Hierdoor fungeert de schoolopleider als voorbeeld voor anderen.
De schoolopleider:
1.1 Geeft vorm aan de drieslag: (1) zicht hebben hoe leerlingen zich ontwikkelen; (2) begeleiden van de ontwikkeling van (beginnende) leraren; (3) sturen van de eigen ontwikkeling als opleider.
1.2 Is initiatiefrijk, motiverend, betrokken, geïnteresseerd, kritisch, open, probleemoplossend, tactvol, flexibel, en zet deze kwaliteiten in in samenhang en op een evenwichtige manier.
1.3 Stelt de ontwikkeling van de (aanstaande) leraren centraal, stimuleert hen om daarin eigen verantwoordelijkheid te nemen en neemt hun inbreng serieus.
1.4 Vervult een voorbeeldfunctie.

Interpersoonlijk en (ped)agogisch - Een competente schoolopleider kan goed met mensen omgaan en kan relaties tussen zichzelf en anderen en tussen anderen onderling adequaat hanteren. De schoolopleider kan (aanstaande) leraren in een veilige werkomgeving structuur en uitdaging bieden en schept de voorwaarden voor hun groei.
De schoolopleider:
2.1 Creëert een veilige (werk)sfeer.
2.2 Stelt zich open voor en luistert actief naar anderen.
2.3 Geeft ruimte, neemt leiding en confronteert.
2.4 Hanteert groepsdynamische processen en stimuleert de interactie tussen zichzelf en (aanstaande) leraren en tussen (aanstaande) leraren onderling.
2.5 Maakt gebruik van de input van (aanstaande) leraren en ontplooit initiatieven met hen.
2.6 Stimuleert (aanstaande) leraren om hun eigen ontwikkeling vorm te geven.
2.7 Ondersteunt (aanstaande) leraren in hun beroeps- en identiteitsontwikkeling.
2.8 Stimuleert waardenoriëntatie bij (aanstaande) leraren en is zich bewust van zijn eigen waarden.

Opleidingsdidactisch - Een competente schoolopleider heeft zicht op leerprocessen van leerlingen en (aanstaande) leraren, kan deze (ook theoretisch) duiden en is in staat leerprocessen te ondersteunen. Deze schoolopleider kan (aanstaande) leraren helpen zich een lerende houding eigen te maken. Een competente schoolopleider kan opleidingsdidactische keuzes beschrijven, onderbouwen en verantwoorden.
De schoolopleider:
3.1 Vertaalt nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs en in het opleiden naar de opleidingssituatie op de eigen school.
3.2 Ontwikkelt en/of kent verschillende aanpakken om binnen de school op te leiden en past deze toe
3.3 Maakt gehanteerde didactische aanpakken inzichtelijk, reflecteert met de (aanstaande) leraren op de didactische keuzen en daagt hen uit tot het maken van eigen keuzen.
3.4 Doet recht aan verschillen tussen deelnemers.
3.5 Maakt gebruik van de ervaringen van de (aanstaande) leraren, verdiept hun ervaringen (ook met theoretische inzichten) en stimuleert hen deze ervaringen te vertalen in praktische werktheorieën.
3.6 Begeleidt (aanstaande) leraren bij het ontwikkelen van een onderzoekende houding en (indien van toepassing) het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek.
3.7 Stimuleert (aanstaande) leraren tot reflectie op hun ervaringen, tot
zelfverantwoordelijkheid voor hun leerproces en tot zelfbeoordeling van hun geschiktheid.
3.8 Beoordeelt (aanstaande) leraren aan de hand van relevante criteria (indien van toepassing).

Organisatorisch - Een competente schoolopleider is in staat het opleiden in de school organisatorisch goed te laten verlopen. Daarbij heeft de opleider oog voor wat nodig is voor de school en voor zichzelf.
De schoolopleider:
4.1 Ondersteunt het opleiden in de school door zowel te coördineren als te (laten) organiseren.
4.2 Draagt mede zorg voor adequate ondersteunende leerfaciliteiten.
4.3 Organiseert goed het eigen werk en de eigen tijd.

Werken met collega’s binnen de school - Een competente schoolopleider werkt samen met collega's: collega-begeleiders, instituutsopleider(s) en vormt met hen een team. Deze opleider ondersteunt collega’s adequaat en geeft waar nodig (inhoudelijk) leiding en draagt er mede zorg voor dat kennis over opleiden binnen de school goed toegankelijk is.
De schoolopleider:
5.1 Ondersteunt begeleiders van (aanstaande) leraren zoals schoolpracticumdocenten, mentoren en coaches bij hun begeleidings- en opleidingswerk.
5.2 Werkt samen met instituutsopleiders en draagt mede zorg voor een goede inhoudelijke afstemming tussen de lerarenopleiding en de school.
5.3 Maakt het opleiden van (aanstaande) leraren zichtbaar binnen de school.
5.4 Draagt zorg voor kennisdeling binnen de school.

Werken aan beleid en schoolontwikkeling - Een competente schoolopleider is in staat mee vorm te geven aan de ontwikkeling van de school tot een krachtige en inspirerende werk-/leeromgeving. Deze opleider is in staat het beleid op het gebied van het opleiden in de school (mee) vorm te geven.
De schoolopleider:
6.1 Neemt vanuit verschillende (theoretisch onderbouwde) perspectieven de ontwikkelingen rond het opleiden binnen de eigen school waar.
6.2 Draagt mede zorg voor een geëxpliciteerde en onderbouwde visie op het opleiden van (aanstaande) leraren in de school.
6.3 Draagt mede zorg voor (de verdere ontwikkeling van) een veilige, krachtige en inspirerende leeromgeving binnen de school.
6.4 Legt een verbinding tussen het opleiden in de school en het integraal personeelsbeleid en het kwaliteitsbeleid van de school.
6.5 Initieert beleidsontwikkeling en is een gesprekspartner voor de schoolleiding m.b.t. het opleiden in de school.
6.6 Draagt mede zorg voor een passend systeem van kwaliteitszorg rond het opleiden in de school.

Werken in een brede context - Een competente schoolopleider werkt goed samen met lerarenopleiding(en) en maakt effectief gebruik van netwerken rond het opleiden in de school.
De schoolopleider:
7.1 Geeft het opleiden in de school vorm in samenwerking met één of meer lerarenopleidingen.
7.2 Participeert ook buiten de eigen school in (de discussie over) de verdere ontwikkeling van het opleiden van leraren.
7.3 Participeert in relevante netwerken buiten de school.

Werken aan de eigen professionele ontwikkeling - Een competente schoolopleider heeft een onderzoekende houding. Deze schoolopleider kan op een professionele manier de eigen bekwaamheid en beroepsopvattingen beschrijven en is in staat de eigen professionaliteit gericht verder te ontwikkelen.
De schoolopleider:
8.1 Onderbouwt het eigen handelen mede met inzichten uit relevante literatuur op het gebied van het leren van (aanstaande) leraren en opleiden.
8.2 Onderhoudt kennis en vaardigheden op het gebied van het opleiden van (aanstaande) leraren in de school en bouwt deze uit.
8.3 Zoekt actief naar mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen en is in staat deze mogelijkheden te verbinden met de eigen behoeften.
8.4 Reflecteert systematisch op zijn eigen functioneren als schoolopleider.