Onderwerp geplaatst op 13 mei 2009 - 18:16
Roel J. Heinstra
Meesterschap
Met een mix van weemoed en opstandigheid volg ik de columns van Lachesis in het Onderwijsblad van de Aob, vooral waar mijn oude opleidingswerkveld aan bod komt……. Nuchter maar betrokken legt ze de feitelijke malaise bloot: opleidingen staan voor een welhaast onmogelijke taak de zo gewenste kwaliteit te leveren, sterker, ze lijken hoe dan ook te weigeren om de professionele handschoen op te nemen. Zelfs na bijna een halve eeuw talloze opleidingsconcepten voor het beroep onderwijzer te hebben zien komen en gaan, blijft mij daarbij telkens weer de ketelmuziek uit Den Haag verbazen: slecht herschreven arrangementen van sleetse deuntjes.
Marja van Bijsterveldt, gevolmachtigd staatssecretaris voor o.a. opleidingszaken, mocht recentelijk in haar ‘kwaliteitsagenda’ Krachtig Meesterschap een paar schrille tonen meeblazen:
‘Ik heb in de aanloop naar deze agenda een groot aantal gesprekken gevoerd met studenten en beginnende leraren. Zij vertelden mij dat ze zich inhoudelijk onvoldoende voorbereid voelen op het leraarschap. Daardoor voelen ze zich voor de klas vaak onzeker over de inhoud en vluchten dan in hun lessen in het aanleren van reflectie en algemene vaardigheden. Samen staan we voor de opdracht onze aankomende leraren
op te leiden tot zelfverzekerde leraren die hun vak verstaan, […… ], leraren die duurzaam werken aan hun professionaliteit. Want zulke leraren hebben we heel hard nodig!’
Waar en wanneer toch hebben we deze holle lippendienst eerder gehoord en met welk resultaat?
Opleiders in kwestie doen er intussen het grote zwijgen toe. Je hoort ze nauwelijks, zelfs niet als een gepimpt rapport hen wil doen geloven dat het ingestelde lectoraat ‘een kweekvijver voor innovatie’ is………. Kennelijk niemand op de werkvloer van de opleidingen, die de moed heeft uit te spreken, dat hij de hem opgedrongen lector maar al te graag zou willen inruilen voor twee of meer HBO-gekwalificeerde collega’s voor de dagelijkse onderwijsklus met studenten.
Opleiders doen sowieso al enige tijd geen pogingen meer om, over hun eigen hogeschoolmuren heen, de krachten te bundelen en lijken zich daarmee als beroepsgroep af te sluiten voor allle aantijgingen in de media en loze politieke beloftes. Waar blijft toch hun zo gewenste weerwerk ? Is er dan echt sprake van onvoldoende ‘eigenaarschap over het beroep’ in de door managers gedomineerde instituten? Of is dan toch te weinig deskundigheid over, na een decennia durende kwalitatieve en kwantitatieve afroming van de personeelspost door calculerende bestuurders? Hoe het ook zij; de opleidingswereld laat een zorgelijk gebrek aan ‘professionele weerbaarheid’ zien.
Ook opleidingen betalen een prijs voor het in de samenleving gedropte axioma dat het omzetten van ‘cultureel-maatschappelijke voorzieningen’ in ‘bedrijfsmatig gerunde organisaties gericht op rendement en beheer’, tot heil dient van de zelfontplooide(?), ondernemende mens…….. Met gepimpte folders en ronkend reclamejargon profileren ‘lerende organisaties, w.o. Pabo’s, ’ zich op de markt om studenten te lokken, waarbij opduikende onderwijskundige concepten eerder er bij gezochte doekjes voor het bloeden zijn dan innoverende inspiratiebron. Met andere woorden, de naar buiten gerichte ‘walk of fame’ is kennelijk voor vele opleidingsverantwoordelijke hogescholen belangrijker dan een broodnodige kwalitatieve introspectie.
Basaal nadenken over adequaat opleiden is daardoor stelselmatig blijven liggen. Opleiders kregen in de dwingende hectiek van het marktdenken onvoldoende tijd, middelen en professionele zeggenschap om werkelijk onderwijskundige oplossingen te realiseren. En zo bleven we zitten met discutabele instroom, onbevredigende uitstroom, aanvechtbare toetsing, geaarzel over differentiatie dan wel specialisatie, vruchteloze controverses tussen didactiek en vakinhoud, spanningen in de driehoek theorie-praktijk-stage…. De misleidende hypes rond het nieuwe leren en het sociaal-constructivisme laten we maar even buiten beschouwing.….
Onmacht en vervreemding maakten veel aanvankelijk gemotiveerde opleiders op den duur kopschuw voor het uitsteken van de nek en, institutioneel inmiddels murw, rijp voor consolidatie van het individuele professionele gelijk in de eigen kleine toko. Dat in die ‘gedroomde koninkrijkjes’ natuurlijk met veel inzet ook mooie dingen gebeuren staat buiten kijf, maar of dàt nu leidt tot ‘krachtig meesterschap’ in brede maatschappelijke zin is nog maar de vraag.
Mineke van Essen, bekend door haar studie ‘Kwekeling tussen akte en ideaal’ , riep op een studiedag voor Pabodocenten van uitgever Noordhoff in vlammende bewoordingen op tot verzet van m.n. opleiders tegen de nota’s van Bijsterveldt c.s. Alom instemmende geluiden bij haar opruiende stellingen. Maar na de borrel en bitterbal toog men vooral tevrèden huiswaarts……. men had in veilige beslotenheid weer eens schadevrij stoom kunnen afblazen! )*
In een workshop n.a.v. een door dezelfde uitgever ontwikkeld toetsinstrument gaven meegereisde studenten later op de dag blijk van een stuitend studieconsumentisme. Zonder al te veel weerwerk hoorden de aanwezige opleiders het aan en accepteerden daarmee in feite het overhoren en met punten belonen van ‘gememoriseerd huiswerk ’ van hun nota bene (!) HBOstudenten……Wat wil je dan eigenlijk nog meepraten over de status en herwaardering van het lerarenberoep?
Kortom; de balans van de afgelopen decennia opmakend moet je helaas vaststellen dat bij de Pabo’s weliswaar veel is veranderd, weinig is verbeterd en dat het eind van de malaise nog niet in zicht lijkt! Pas als opleiders zich weten te ontworstelen aan het keurslijf van hun hogescholen en zichzelf serieus gaan nemen in een eigen beroepsgroep met professioneel gezag is er een kans op krachtig schoolmeesterschap.
)* zie ook Platform Pabo mei 2009, nr12, Nieuwsmagazine voor docenten en opleidingsmanagement van Noordhoff Uitgevers.
Groningen, mei 2009 Roel J.Heinstra
Met een mix van weemoed en opstandigheid volg ik de columns van Lachesis in het Onderwijsblad van de Aob, vooral waar mijn oude opleidingswerkveld aan bod komt……. Nuchter maar betrokken legt ze de feitelijke malaise bloot: opleidingen staan voor een welhaast onmogelijke taak de zo gewenste kwaliteit te leveren, sterker, ze lijken hoe dan ook te weigeren om de professionele handschoen op te nemen. Zelfs na bijna een halve eeuw talloze opleidingsconcepten voor het beroep onderwijzer te hebben zien komen en gaan, blijft mij daarbij telkens weer de ketelmuziek uit Den Haag verbazen: slecht herschreven arrangementen van sleetse deuntjes.
Marja van Bijsterveldt, gevolmachtigd staatssecretaris voor o.a. opleidingszaken, mocht recentelijk in haar ‘kwaliteitsagenda’ Krachtig Meesterschap een paar schrille tonen meeblazen:
‘Ik heb in de aanloop naar deze agenda een groot aantal gesprekken gevoerd met studenten en beginnende leraren. Zij vertelden mij dat ze zich inhoudelijk onvoldoende voorbereid voelen op het leraarschap. Daardoor voelen ze zich voor de klas vaak onzeker over de inhoud en vluchten dan in hun lessen in het aanleren van reflectie en algemene vaardigheden. Samen staan we voor de opdracht onze aankomende leraren
op te leiden tot zelfverzekerde leraren die hun vak verstaan, […… ], leraren die duurzaam werken aan hun professionaliteit. Want zulke leraren hebben we heel hard nodig!’
Waar en wanneer toch hebben we deze holle lippendienst eerder gehoord en met welk resultaat?
Opleiders in kwestie doen er intussen het grote zwijgen toe. Je hoort ze nauwelijks, zelfs niet als een gepimpt rapport hen wil doen geloven dat het ingestelde lectoraat ‘een kweekvijver voor innovatie’ is………. Kennelijk niemand op de werkvloer van de opleidingen, die de moed heeft uit te spreken, dat hij de hem opgedrongen lector maar al te graag zou willen inruilen voor twee of meer HBO-gekwalificeerde collega’s voor de dagelijkse onderwijsklus met studenten.
Opleiders doen sowieso al enige tijd geen pogingen meer om, over hun eigen hogeschoolmuren heen, de krachten te bundelen en lijken zich daarmee als beroepsgroep af te sluiten voor allle aantijgingen in de media en loze politieke beloftes. Waar blijft toch hun zo gewenste weerwerk ? Is er dan echt sprake van onvoldoende ‘eigenaarschap over het beroep’ in de door managers gedomineerde instituten? Of is dan toch te weinig deskundigheid over, na een decennia durende kwalitatieve en kwantitatieve afroming van de personeelspost door calculerende bestuurders? Hoe het ook zij; de opleidingswereld laat een zorgelijk gebrek aan ‘professionele weerbaarheid’ zien.
Ook opleidingen betalen een prijs voor het in de samenleving gedropte axioma dat het omzetten van ‘cultureel-maatschappelijke voorzieningen’ in ‘bedrijfsmatig gerunde organisaties gericht op rendement en beheer’, tot heil dient van de zelfontplooide(?), ondernemende mens…….. Met gepimpte folders en ronkend reclamejargon profileren ‘lerende organisaties, w.o. Pabo’s, ’ zich op de markt om studenten te lokken, waarbij opduikende onderwijskundige concepten eerder er bij gezochte doekjes voor het bloeden zijn dan innoverende inspiratiebron. Met andere woorden, de naar buiten gerichte ‘walk of fame’ is kennelijk voor vele opleidingsverantwoordelijke hogescholen belangrijker dan een broodnodige kwalitatieve introspectie.
Basaal nadenken over adequaat opleiden is daardoor stelselmatig blijven liggen. Opleiders kregen in de dwingende hectiek van het marktdenken onvoldoende tijd, middelen en professionele zeggenschap om werkelijk onderwijskundige oplossingen te realiseren. En zo bleven we zitten met discutabele instroom, onbevredigende uitstroom, aanvechtbare toetsing, geaarzel over differentiatie dan wel specialisatie, vruchteloze controverses tussen didactiek en vakinhoud, spanningen in de driehoek theorie-praktijk-stage…. De misleidende hypes rond het nieuwe leren en het sociaal-constructivisme laten we maar even buiten beschouwing.….
Onmacht en vervreemding maakten veel aanvankelijk gemotiveerde opleiders op den duur kopschuw voor het uitsteken van de nek en, institutioneel inmiddels murw, rijp voor consolidatie van het individuele professionele gelijk in de eigen kleine toko. Dat in die ‘gedroomde koninkrijkjes’ natuurlijk met veel inzet ook mooie dingen gebeuren staat buiten kijf, maar of dàt nu leidt tot ‘krachtig meesterschap’ in brede maatschappelijke zin is nog maar de vraag.
Mineke van Essen, bekend door haar studie ‘Kwekeling tussen akte en ideaal’ , riep op een studiedag voor Pabodocenten van uitgever Noordhoff in vlammende bewoordingen op tot verzet van m.n. opleiders tegen de nota’s van Bijsterveldt c.s. Alom instemmende geluiden bij haar opruiende stellingen. Maar na de borrel en bitterbal toog men vooral tevrèden huiswaarts……. men had in veilige beslotenheid weer eens schadevrij stoom kunnen afblazen! )*
In een workshop n.a.v. een door dezelfde uitgever ontwikkeld toetsinstrument gaven meegereisde studenten later op de dag blijk van een stuitend studieconsumentisme. Zonder al te veel weerwerk hoorden de aanwezige opleiders het aan en accepteerden daarmee in feite het overhoren en met punten belonen van ‘gememoriseerd huiswerk ’ van hun nota bene (!) HBOstudenten……Wat wil je dan eigenlijk nog meepraten over de status en herwaardering van het lerarenberoep?
Kortom; de balans van de afgelopen decennia opmakend moet je helaas vaststellen dat bij de Pabo’s weliswaar veel is veranderd, weinig is verbeterd en dat het eind van de malaise nog niet in zicht lijkt! Pas als opleiders zich weten te ontworstelen aan het keurslijf van hun hogescholen en zichzelf serieus gaan nemen in een eigen beroepsgroep met professioneel gezag is er een kans op krachtig schoolmeesterschap.
)* zie ook Platform Pabo mei 2009, nr12, Nieuwsmagazine voor docenten en opleidingsmanagement van Noordhoff Uitgevers.
Groningen, mei 2009 Roel J.Heinstra







