Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Herziening bekwaamheidseisen

Onderwerp geplaatst op 19 oktober 2011 - 00:00

Marco Snoek

Omdat de bekwaamheidseisen een belangrijke invloed hebben op de inrichting van opleidingscurricula, is het van belang dat lerarenopleiders een bijdrage leveren in het proces van herijking van de bekwaamheidseisen dat gestart is door de Onderwijscooperatie, zowel vanuit de expertise die lerarenopleiders hebben te aanzien van de kwaliteit en de ontwikkeling van leraren als vanuit onze inschatting van de bruikbaarheid van het voorgestelde model voor het opleiden van leraren.

 

Om die reden wil het bestuur leden uitnodigen om op deze discussiepagina hun reactie te geven op de voorgestelde herziening van de bekwaamheidseisen, om op basis daarvan een reactie als beroepsgroep te kunnen geven.

Op verzoek van het bestuur hebben Klaas van Veen en Marco Snoek al een eerste aanzet voor een reactie namens de beroepsgroep van lerarenopleiders geschreven en we nodigen alle VELON-leden graag uit om hun commentaar en aanvullingen op deze concepttekst te geven. Voor 10 november verzamelen we de bijdragen op dit discussieforum om een definitieve reactie op te stellen.

Het bestuur van de VELON.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Reactie van de Vereniging Lerarenopleiders Nederland op de discussienotitie Herijking bekwaamheidseisen leraren

CONCEPT

Regelmatige herijking van bekwaamheidseisen is noodzakelijk, om in te kunnen spelen op relevante maatschappelijke ontwikkelingen en ervaringen uit de afgelopen jaren te kunnen vertalen naar herformuleringen.

De VELON vindt het een belangrijke en positieve ontwikkeling dat leraren zelf de bekwaamheidseisen formuleren die het kader vormen voor professionele beroepsuitoefening binnen de beroepsgroep. De bekwaamheidseisen vormen echter ook een belangrijk kader voor lerarenopleiders (zowel binnen universiteiten, hogescholen en nascholingsinstellingen als binnen opleidingsscholen) en moeten ook voor opleidingsdoeleinden bruikbaar zijn. Vanuit dat perspectief vinden wij het van belang dat ook lerarenopleiders een bijdrage leveren aan herijking van de bekwaamheidseisen. De Vereniging Lerarenopleiders Nederland wil daarom graag reageren om de voorstellen voor herijking van de bekwaamheidseisen.

Dit willen we doen op basis van input van leden. Op verzoek van het bestuur heeft een klein voorbereidingsgroepje (Klaas van Veen en Marco Snoek) een eerste aanzet gegeven voor een mogelijke reactie vanuit de VELON. Graag nodigen we leden van de VELON uit om aan te geven of ze onderstaande punten delen en om eventuele andere punten te noemen die in een reactie vanuit de VELON zouden moeten worden opgenomen.

1. In de discussienotitie wordt aangegeven dat er sprake is van een herijking van de bekwaamheidseisen die in 2006 zijn vastgesteld. Het model dat in de discussienotitie wordt voorgesteld is echter geen aanpassing van het bestaande model met 7 bekwaamheidseisen, maar een geheel nieuw model. Dit nieuwe model komt in de notitie wat uit de lucht vallen en roept daarmee een aantal vragen op:

a. Wat is de aanleiding om tot een geheel nieuw model te komen? b. Welke problemen werden ervaren met de oude bekwaamheidseisen en in hoeverre lost het nieuwe model die problemen op?

c. Is er een relatie tussen de oude bekwaamheidseisen en de nieuw voorgestelde set van bekwaamheidseisen?

Dit laatste is voor de opleidingen van groot belang omdat de opleidingsprogramma’s in de afgelopen jaren geheel afgestemd zijn op de 7 bekwaamheidseisen uit 2006, zowel qua programmaverantwoording als qua termen van beoordelingscriteria. Introductie van een geheel nieuwe set bekwaamheidseisen zou een ingrijpende verandering vragen van de curricula, tenzij de nieuwe set een herordening is van de bestaande set (met andere accenten). Als dat het geval is, dan is het van belang om duidelijk te maken hoe de oude en nieuwe sets van bekwaamheidseisen tot elkaar te herleiden zijn. Als dat niet centraal gebeurt, zal iedere lerarenopleiding dat voor zichzelf doen, wat tot onderlinge verschillen en spraakverwarring kan leiden.

2. Wij constateren dat de bekwaamheidseisen in de afgelopen jaren een belangrijke rol hebben gespeeld in het creëren van een gemeenschappelijk taal voor leraren, werkgevers, overheid en lerarenopleidingen. De 7 bekwaamheidseisen vormen een breed referentiekader dat een belangrijke rol speelt in sector-overschrijdende discussies en samenwerking (bijv. rond opleiden in de school). Het voorgestelde model creëert door een geheel nieuw onderliggend conceptueel model een nieuwe taal. Wij maken ons zorgen dat de introductie van een nieuwe taal de komende tijd zal leiden tot spraakverwarring en misverstanden, omdat velen nog de oude taal zullen hanteren. We pleiten er dan ook voor, in lijn met het bovenstaande punt, om bij de herijking dichter bij de oude taal van de 7 bekwaamheidseisen te blijven.

3. De discussienotitie presenteert twee modellen: een model waarin de kern van het beroep samengevat is in drie bekwaamheidsegebieden en een model waarin drie contexten gepresenteerd worden waarin leraren het beroep vormgeven. Die drie contexten vormen een essentiële aanvulling op het eerste model. Zonder die aanvulling ontstaat het risico dat het leraarschap vooral gedefinieerd wordt als de kwaliteit van lesgeven, los van bredere kwalitietscycli, de inbedding in de school als geheel en de relatie met de omgeving. We pleiten er daarom voor om de beide modellen te integreren in één model en één figuur.

4. In de discussienotitie wordt in de laatste alinea terecht opgemerkt dat niet alles in de wet kan en moet worden vastgelegd. Persoonlijkheid, beroepshouding, moraal en beroepsethiek kunnen niet bij wet worden opgelegd. Wel moeten o.i. die onderliggende kern van het beroep en grondslag van het handelen van leraren binnen de wet worden erkend. Als dat ontbreekt, ontstaat het risico dat in beleid het leraarschap een te eenzijdig instrumentele invulling krijgt. We pleiten er daarom voor om in het conceptuele model die grondslag zichtbaar te maken, zonder deze te vertalen naar concrete indicatoren.

5. De laatste van de SBL-competenties, reflectie en ontwikkeling is in de uitwerking van de drie bekwaamheden niet expliciet terug te vinden. Reflectie en ontwikkeling is in onze ogen een centrale grondslag voor het professionele handelen van de leraar en is ook het leidende principe bij de invulling van het beroepsregister voor leraren. Dit geldt ook voor de rol van onderzoek en een onderzoekende houding van leraren. Binnen de meeste lerarenopleidingen is de afgelopen jaren een lijn rond praktijkonderzoek ontwikkeld, vanuit de gedachte dat het belangrijk is dat leraren een onderzoekende houding ontwikkelen, zich vragen blijven stellen rond (de opbrengsten van) hun lesgeven en het leren van hun leerlingen, en openstaan voor de betekenis van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek voor hun lespraktijk. De pleiten ervoor om het belang van reflectie, professionele ontwikkeling en onderzoek meer expliciet in de bekwaamheidsbeschrijvingen zichtbaar te maken.

Reactie geplaatst op 20 oktober 2011 - 00:00

Douwe Beijaard

Ik deel in grote lijnen de reactie geschreven door Klaas en Marco. Bij het model mis ik een vierde bekwaamheidsdomein, nl. de bekwaamheid op interpersoonlijk/groepsdynamisch vlak. Deze bekwaamheid is zo essentieel voor het functioneren van leraren m.b.r. de andere bekwaamheidsgebieden.

 

Er is veel bekend uit onderzoek naar het denken en handelen van leraren. Elk onderzoek dat wordt beschreven in de literatuur eindigt vaak met implicaties voor de onderwijspraktijk resp. de opleiding en/of professionele ontwikkeling van docenten. Ik vind dat de beroepsgroep op zijn minst zich hiervan bewust moet zijn (en als het goed is zich daarvan ook met regelmaat op de hoogte stelt, want dat zie je bij zoveel beroepsgroepen als een wezenlijke kwaliteit van de beoepsgroep zelf). Een update van bekwaamheidseisen (in termen van uitbreiding of nuancering) zou m.i. mede vanuit onderzoeksbevindingen moeten plaatsvinden.

Ik zou op het grensvlak van persoon en 'objectieve' bekwaamheden aandacht willen vragen voor disposities van leraren. Dit zijn redelijk stabiele gedragstendensen (vgl. bijv. bepaalde sets van bekwaamheidseisen in de USA die in dergelijke termen zijn geformuleerd). Ik denk aan: respect hebben voor leerlingen, het beste uit leerlingen halen, etc. Dit zijn dingen die je niet alleen in je hebt, maar ook wel degelijk aan kunt leren. In de praktijk worden leraren die dergelijk gedrag laten zien altijd aangemerkt als zeer bekwaam. En je kunt ze volgens mij ook niet zomaar 'vangen' onder een bekwaamheidsdomein.

Reactie geplaatst op 24 oktober 2011 - 09:20

Caroliene van Waveren Hogervorst

Ik kan me goed vinden in de conceptreactie.  Ik denk dat vooral belangrijk is te weten of er en zo ja, wat het probleem is, voordat er een nieuwe formulering komt.

Als er dan een meerderheid voor aanpassen is, moeten we kritisch kijken wat we in ieder geval willen behouden vanuit de huidige bekwaamheidseisen. Naast de in de conceptreactie al genoemde onderdelen, zouden bijvoorbeeld ook klassemanagement en samenwerken met ouders wat mij betreft  aandacht moeten houden.

Verder moeten we ook kijken wat nieuwe ontwikkelingen voor eisen stellen. De laatste jaren wordt er meer gewerkt in domeinen. Dat stelt eisen aan de bekwaamheid om gezamenlijk didactiek en klassemanagement vorm te geven.

Reactie geplaatst op 24 oktober 2011 - 09:51

Ennie Stuker

Het is goed herkenbaar hoe Marco en Klaas de consequenties van deze vernieuwing voor het onderwijs overzien. De algehele toon van de omslag lijkt te zijn: terug naar de kern van het beroep. Ik kan daar alleen maar gelukkig mee zijn. We geven onze jeugd het beste mee door hen kennis te laten maken met de producten van onze menselijke ontwikkeling. En hen voor te bereiden op hun eigen rol in deze durende ontwikkeling.

In dit kader zoek ik in de herijking naar aandacht voor de kennis over en vaardigheden in de ontwikkeling van het menselijk denkvermogen bij de lerenden. Volgens mij is dit een basisopdracht voor de docent/het onderwijs.

De reactie van Klaas en Marco benoemt al het ontbreken van aandacht voor de onderzoekende, kritische houding. Het aanscherpen van de denkkracht van onze jeugd vraagt naast een kritisch-nieuwsgierige attitude vooral ook het bezit van en vaardigheid in het gebruik van een variatie aan denktechnieken. (logisch redeneren, abstraheren, analyseren, creatief denken etc) Onze gezamenlijke toekomst vraagt om stevige mensen die out of the box durven, kunnen en willen denken.

Reactie geplaatst op 24 oktober 2011 - 13:23

Ton Sieben

De opmerking van Douwe Beijaard m.b.t. bekwaamheden op interpersoonlijk/groepsdynamisch vlak deel ik. Het zou goed zijn de "complexiteit van de context" en de "mate van autonoom handelen" als parameter mee te nemen bij het "vaststellen" van het competentieniveau. De persoon is immers competent in zijn "werkomgeving" en dat is niet hetzelfde als een optelsom van een aantal variabelen. Uitgaan van alleen gedragsindicatoren lijkt wel erg mager.

Uiteraard zal onderzoek meer eenduidigheid moeten leveren, maar de zoektocht naar objectieve criteria heeft ook een keerzijde. De complexiteit blijkt toch groter dan gedacht en de discussies maken het voor deelnemers en studenten niet duidelijker. Daar zal dus meer tijd voor nodig blijken te zijn. Zou het niet zinvol zijn om naast de zoektocht naar objectieve criteria ook "intersubjectiviteit" vorm te geven opdat de feedback die we cursisten en studenten geven tenminste concreet genoeg is en aanzetten geeft tot daadwerkelijk reflectief handelen (en veranderen). Uiteraard zal dan uitgewerkt dienen te worden wat we onder "intersubjectiviteit" verstaan en welke (maakbare) criteria we daarbij hanteren. Dus "lange termijn denken" naast " korte termijn uitvoering en ervaren".

Reactie geplaatst op 24 oktober 2011 - 20:25

Gisbert van Ginkel

Vanuit historisch oogpunt ondersteun ik punt 3. Bij de vorige bekwaamheidseisen werden ook - apart - kenmerkende beroepssituaties onderscheiden; die hebben echter zeer weinig navolging gehad bij het implementeren van het model. Als het belangrijk is, zorg dan dat het onderdeel is van hetzelfde conceptuele schema.
Reactie geplaatst op 25 oktober 2011 - 20:54

Jorik Huizinga

Met de totstandkoming van de SBL-competenties is in opleidingen en in het werkveld bereikt dat ten aanzien van het functioneren van leraren (in opleiding) vanuit eenzelfde kader is gewerkt en langzamerhand steeds meer dezelfde taal gesproken is. Pabo’s hebben in gezamenlijkheid beschrijvingen opgesteld en daar in de afgelopen jaren veel energie in gestoken. Competentiegidsen, kernbeschrijvingen en curricula zijn opgebouwd rondom de zeven competenties. Functieprofielen en gesprekkencycli voor leraren basisonderwijs vinden hun oorsprong ook in de basisbeschrijving van SBL.

Het is naar mijn idee inderdaad goed om deze basis eens in de zoveel tijd kritisch te beschouwen en te kijken naar positieve en negatieve punten. Zo kan ik me voorstellen dat met de recente aandacht voor (praktijkgericht) onderzoek en kennis(bases) een accentverschuiving in bekwaamheidseisen nodig is.

In het nu voorgestelde model zie ik echter niet alleen een accentverschuiving voor wat betreft inhouden, maar een geheel nieuwe benadering van het begrip bekwaamheidseis. Waar voorheen competenties werden gezien als set van kennis, vaardigheden en persoonskenmerken, wordt nu duidelijk dat er een aparte bekwaamheidseis is voor wat betreft ‘weten’ (vakinhoudelijk) en twee aparte (vakdidactisch en pedagogisch) waarbij zowel ‘weten’ en ‘kunnen’ verwacht wordt. Deze ordening is voor mij helemaal nieuw en ik vraag me af of het wel verstandig is vakinhoudelijke kennis te isoleren van vakdidactiek en attitude.

Ik herken me in de reactie van Caroliene van Waveren Hogervorst als het gaat om het gemis van organisatorische aspecten en het contact met ouders. Ik ben er verbaasd over dat ik in de hele discussienota de begrippen ‘onderzoek’ en ‘reflectie’ niet tegen kom. In die zin wat mij betreft dus helemaal waar wat Douwe Beijaard en Ennie Stuker schrijven naar aanleiding van de tekst van Klaas van Veen en Marco Snoek. Onderzoek en reflectie zijn essentieel voor een toekomstige leraar en moeten juist een promintente plek hebben.

Al met al: ik herken me zeker in de punten van Klaas van Veen en Marco Snoek. Herziening kan goed zijn, mits goed onderbouwd en in zowel scholen als opleidingen te delen als nieuw gemeenschappelijk kader. Belangrijkste toevoeging is voor mij het ontbreken van een onderbouwing van de totaal nieuwe zienswijze van het begrip bekwaamheid en/of competentie.

Reactie geplaatst op 28 oktober 2011 - 11:20

Theo Bergen

Ik vind de concept tekts prima, maar ik vind dat er een fundamenteler probleem ligt onder de bewaamheidseisen zoals die geformuleerd zijn door de cooperatie.

Ik vind de formulering van de bekwaamheidseisen conserverend. De eisen liggen vooral op het domein van de klas. De contexten, zijn conceptueel niet van dezelfde orde. Er is sprake van een beperkte professionele opvatting van het docentschap. Velon streeft in zijn beroepstandaard naar een uitgebreide professionele opvatting waarin ook collega's en de school een rol spelen.Daarnaast vind ik de orientatie op lesgeven dominant, waardoor het overdrachtsmodel sterk wordt benadrukt in plaats van de orientatie op het leren van de leerlingen. ik zou graag zien dat leraren in staat zijn om het leren van hun leerlingen krachtig te bevorderen en dat zij daarvoor allerlei strategieen (werkvormen) kunnen inzetten en leren rekening te houden met de diversiteit van de leerlingen.Ik zou het goed vinden als Velon als onafhankelijke beroepsvereniging een krachtig signaal afgeeft dat wij heel graag leraren opleiden die het leren van de leerling centraal stellen in plaats van het onderwijzen van de docent.

Daarnaast mis ik de onderzoeksorientatie van de docent als bekwaamheidseis.

Reactie geplaatst op 31 oktober 2011 - 14:32

A.Koot

Graag zie ik een aanvulling van de competenties die gericht zijn op de ontwikkelingsbereidheid van docenten, het reflecteren en de persoonlijke ontwikkeling van de docent. Dit lijkt mij een onmisbaar onderdeel voor de bekwaamheidseisen van de docent.
Reactie geplaatst op 01 november 2011 - 11:32

Helga Ravier

Ik kan me goed vinden in de conceptreactie van KLaas van Veen en Marco Snoek.
Mijn reactie op het stuk van de onderwijscooperatie :
- ik mis aandacht voor de beroepshouding van de docent; naast competenties en bekwaamheden zijn kwaliteiten even belangrijk
- de cooperatie lijkt als mentaal model 'de docent geeft les aan de groep' te hebben; dit is slechts een van de vele onderwijsleersituaties waarin wij werken;
- de bekwaamheidseis 'onderhoudt en ontwikkelt zijn eigen bekwaamheid' komt niet terug in het model;

Verder ben ik niet alleen benieuwd naar  de aanleiding om tot een geheel nieuw model te komen, maar wil ik ook graag weten op welke wetenschappelijke inzichten het gebaseerd is.

 

Reactie geplaatst op 01 november 2011 - 14:35

Alice Veldkamp - Centrum voor Onderwijs en Leren Utrecht

Zolang niet helder is wat de aanleiding was voor de conpetversie en welke onderbouwing er achter zit, is het lastig om doelgericht mee te denken. Terug naar de klas (of domein) als kern van docentschap. Dat lijkt de boodschap en zo te lezen zijn er collega's die dat een goede zaak vinden. Als dit het doel van de nieuwe versie is dan, mag je verwachten dat competenties rond reflectie op onderwijspraktijk en eigen handelen, en rond de docent als onderzoeker van eigen praktijk expliciet terug komen. Dat is helaas niet het geval en een gemis. Graag expliciet deze competenties laten opnemen, zodat docenten hun 'meesterschap' flexibel genoeg kunnen inzetten voor het onderwijs van de toekomst.
Reactie geplaatst op 04 november 2011 - 12:46

Gosse Romkes

De concept notitie onderschrijf ik volledig. Het kent een goede balans tussen procedurele opmerkingen en commentaren met een een appel op een adequate conceptuele basis. Beide ontbreken naar mijn overtuiging. Ik ben dan ook blij dat het VELON haar verantwoordelijkheid neemt.

Ik heb grote bezwaren bij de manier waarop het beroep wordt gepositioneerd door de herijking. Voor een startbekwame docent, net van de opleiding of een docent in opleiding die zich met een specifiek opleidingstraject voorbereid op zijn (eerste) functie, kan ik me nog wel iets voorstellen bij figuur 1 waarin de kern van het beroep wordt weergegeven. Ik merk echter op dat het omwille van de conceptuele consistentie nodig is in ieder geval een vierde dimensie te onderscheiden. En dat moet m.i. zijn de interpersoonlijke/groepsdynamische competentie zoals ook Douwe Beijaard voorstelt. Behalve de interne consistentie, waardoor de figuur ook een serieuze conceptuele basis kan krijgen, wordt hiermee ook recht gedaan aan een grote verscheidenheid aan onderwijsleerprocessen die niet in een schoolse setting plaatsvinden. Daarbij denk ik aan leerprocessen die in praktijkonderwijs, vmbo en mbo zo essentieel zijn om leerlingen en jongeren verder te brengen. Het niet willen onderscheiden van de pedagogische component en de groepsdynamische component is een fundamentele denkfout.

Maar kan ik me in de herijking dus voor de startbekwam docent nog wel iets voorstellen, voor een medior en senior docent wordt de tijd hiermee 50 jaar terug gezet! De drie kernbekwaamheden zijn niet alleen een verschraling van het beroep zelf maar zijn ook een onjuiste weergave van de werkelijkheid die ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Er missen namelijk een aantal kernbekwaamheden die het onderscheid maken tussen 'beginnende' en 'gevorderde' docenten. Door dit onderscheid tussen 'beginnend' en 'gevorderd' niet te onderkennen, het zelfs wederom een wettelijke basis te geven, wordt de beroepsgroep tot een unidimensionele groep gemaakt. Daarvan weten we, ook uit andere beroepssectoren, dat dat ten koste gaat van de kwalliteit en de aantrekkelijkheid en status van het beroep. En dat staat lijnrecht tegenover ontwikkelingen als functiedifferentiatie, gevarieerde loopbanen, loon naar werken, gedeelde maar verschillende verantwoordelijkheden etc. Een grote kwaliteitsdaling dreigt. Nu biedt de eerlijkheid ook  te zeggen dat het huidige model met zeven competenties onvoldoende recht doet aan het hiervoor beschreven issue m.b.t. het onderscheid tussen 'beginnend' en 'gevorderd'. Maar van een herijking had ik juist hierop een antwoord verwacht. 

Hiervoor heb ik gesteld dat er een aantal bekwaamheden voor 'goede' docenten worden genegeerd die geen recht doen aan de werkelijkheid. Ik denk bijvoorbeeld aan het onderzoeken van de eigen onderwijspraktijk en die van anderen, het samenwerken in het team aan innovaties en schoolontwikkeling, het ontwikkelen-evalueren-bijstellen van leeromgevingen, het profileren van de school op basis van levensbeschouwelijke en/of onderwijskundige principes, het bouwen van een sluitende pedagogische infrastructuur met ouders en andere instellingen etc. etc. Deze bekwaamheden zitten erg gekunsteld in het bestaande systeem van competenties. Mijn voorstel is daarom deze bekwaamheden wel op een juiste wijze recht te doen door dit type actiteiten ook in een beperkt aantal kernbekwaamheden op te nemen in de herijkingsnotitie. Daarmee wordt een lat neergelegd waar elke docent uit de beroepsgroep naartoe moet groeien. De competenties moeten een uitdaging vormen voor de beroepsgroep om aan te werken.

Nog een laatste opmerking m.b.t. de laatste SBL competentie, Reflectie en Ontwikkeling. Natuurlijk is leervermogen een centrale grondslag van het professionele handelen. Wel moet nu tijdens de herijking de vraag gesteld worden of dat niet in generieke zin voor alle beroepen geldt. Als dat zo is is het m.i. beter reflectie en ontwikkeling in dienst te stellen van de bekwaamheden specifiek voor de docent.

 In de discussienota ontbreekt het m.i. dus aan een moderne visie op het beroep van docent en worden een aantal knelpunten m.b.t. het bestaande systeem met competenties niet alleen niet opgelost maar juist teruggezet in de tijd.

Reactie geplaatst op 07 november 2011 - 10:31

Michel Panis instituutsopleider hogeschool rotterdam

Ik vind het een omissie dat persoonlijkheid en beroepshouding buiten de 'bekwaamheidsvereisten' worden gehouden (eveals overigen taal: iedere docent 'taaldocent' en zorg) met als redenering: moraal en ethiek is geen zaak van de overheid. Zo lust ik er nog wel een paar......

Minimumeisen aangaande persoonlijkheid en beroepshouding dienen geformuleerd te worden al was het allen al vanwege het feit dat ze dikwijls een integraal geheel vormen met de pedagogische bekwaamheden: de open houding, het respectvol omgaan met leerlingen, afspraken nakomen, een vertrouwensrelatie met leerlingen opbouwen, het geven van positieve feedback, het aanmoedigen en motiveren, dat alles heeft natuurlijk te maken met persoonlijkheid en beroepshouding.

Een verkeerde beroepshouding zoals bij voorbeeld het negatief bejegenen van leerlingen (stelselmatig 'afzeiken') is dodelijk voor het beroep: hier dienen dus minimumeisen aan gesteld te worden.

Voorts vind ik het betreurenswaardig als door dit initiatief de SBL competenties op de helling gaan. er wordt namelijk in het geheel niet meer over gesproken. Zeker competentie 7: communicatie, reflectievaardigheden en (daar heb je hem weer) beroepshouding dreigt niet meer 'serieus' genomen te worden.

De drie peilers van bekwaamheden zijn op zich prima en consistent. Zoals hierboven echter toegelicht, dient bij de pedagogische bekwaamheid te worden toegevoegd noties rondom zorg en beroepshouding. Bij vakinhoudelijke bekwaamheden de notie dat iedere docent 'taalvaardig' dient te zijn.

Reactie geplaatst op 08 november 2011 - 11:57

Annemieke van den Ing ILS HAN

Ik ben het helemaal eens met de concept reactie! De discussienotitie betekent een stap terug, terwijl we m.i. juist in de  goede richting aan het ontwikkelen zijn dankzij de bredere definitie van docentcompetenties zoals die door SBL zijn beschreven. Kritisch reflecteren op de gehanteerde concepten is natuurlijk OK, maar een zo drastische koerswijziging mag een stuk beter onderbouwd worden.
Reactie geplaatst op 08 november 2011 - 17:38

Judith Kortas Hogeschool Utrecht FE

Ik kan me helemaal vinden in de conceptreactie van de VELON. Ben ook geschrokken van de korte tijdspanne waarin op het voorstel van de Onderwijscoöperatie gereageerd kan worden.  Hoezo moet dit in slechts 6 weken? De nu voorgestelde wijziging heeft veel gevolgen voor de lerarenopleidingen...

 

Reactie geplaatst op 09 november 2011 - 10:01

Miranda Timmermans

Ik kan me aansluiten bij wat al gezegd is door de anderen hierboven. Eerst het voorstel van de onderwijscoöperatie gelezen en toen de reactie van VELON en kan het onderstrepen. Ik mis onderbouwing - achterliggende gedachte, zeker omdat ze zelf zeggen dat zoiets zorgvuldig moet gebeuren wil het gedragen worden en goed gebruikt worden door het veld.

Ik vond de twee figuren ook lastig te combineren en vroeg me af waarom het niet in een duidelijk figuur weergegeven kon worden.

Het feit dat de huidige competentie 5, 6 en 7 ineens niet meer expliciet - alleen in toelichtende zinnen - genoemd worden riep bij mij ook vragen op. Wellicht dat er een goede reden voor is, maar dan had ik die graag willen zien.

En tot slot, als reflectie en ontwikkeling niet meer expliciet opgenomen worden, waar blijven we dan met onderzoek, onderzoeksvaardigheden en onderzoekende houding?

En verder vind ik dat het met deze 'competenties' lijkt als het vak van leraar terug gevoerd wordt tot enkel en alleen werken met leerlingen in de groep en dat is m.i. toch zeker niet aan de orde noch de bedoeling.

 

Reactie geplaatst op 09 november 2011 - 23:41

Mariëlle Theunissen

De Onderwijscoöperatie heeft gemeend 'herijking' vrij te vertalen in 'herziening'. Ik vraag me met velen van jullie af wat daarvan de reden is. Met de beschrijving van de drie nieuwe bekwaamheidseisen is mijns inziens overigens weinig mis, maar de vraag blijft wat er mis was met de oude indeling en waar alles blijft dat niet onder de drie nieuwe bekwaamheidseisen valt. Het gemis is reeds door velen van jullie verwoord: de organisatorische competentie, contact met ouders, reflectie, ontwikkeling en onderzoek. Dat doe ik als leraar ook allemaal vrijwel dagelijks, en hoort dus ook in de opleiding thuis.
Reactie geplaatst op 14 november 2011 - 10:12

Fer Coenders, ELAN UT

Veel is hierboven al opgemerkt. Dit is geen herijking maar een herziening waarbij de waarom vraag niet uitgelegd wordt. Ik mis vooral:
- reflectie.
- aandacht voor professionalisering (voortdurende ontwikkeling samen met anderen).
- onderzoeksbekwaamheden en een onderzoekende houding.
- voor vakdocenten ook de koppeling met vakverenigingen waardoor de inhoud van het beroep in figuur 2 wel erg naar binnen gericht is.
Reactie geplaatst op 18 november 2011 - 21:57

Jan van den Berge

(Te) laat reageren heeft zo zijn voordelen: je hoeft niet meer te bedenken wat anderen al hebben bedacht... In grote lijnen vind ik wat hierboven staat to the point. De onderwijscoöperatie doet er goed aan om hier goed nota van te nemen en te zorgen dat docenten zich blijven ontwikkelen en hiervoor ook onderzoek inzetten! Maar ik mis ook iets wat ik hierboven niet expliciet heb gelezen: dat het tot de docentcompetenties behoort om een aandeel te leveren in de opleiding van aspirant-collega's. Ik mis in de discussienota van de onderwijscoöperatie een expliciete aanduiding van het samenopleiden-concept!
Reactie geplaatst op 20 november 2011 - 07:30

Marco Snoek

Deze discussie is afgesloten.

Dank voor de bijdragen.Op basis van de bijdragen is een definitieve reactie naar de onderwijscooperatie gestuurd.

Deze reactie is hier te vinden.

 

Marco Snoek

  • Dit onderwerp is gesloten