Marco Snoek
Om die reden wil het bestuur leden uitnodigen om op deze discussiepagina hun reactie te geven op de voorgestelde herziening van de bekwaamheidseisen, om op basis daarvan een reactie als beroepsgroep te kunnen geven.
Op verzoek van het bestuur hebben Klaas van Veen en Marco Snoek al een eerste aanzet voor een reactie namens de beroepsgroep van lerarenopleiders geschreven en we nodigen alle VELON-leden graag uit om hun commentaar en aanvullingen op deze concepttekst te geven. Voor 10 november verzamelen we de bijdragen op dit discussieforum om een definitieve reactie op te stellen.
Het bestuur van de VELON.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Reactie van de Vereniging Lerarenopleiders Nederland op de discussienotitie Herijking bekwaamheidseisen leraren
CONCEPT
Regelmatige herijking van bekwaamheidseisen is noodzakelijk, om in te kunnen spelen op relevante maatschappelijke ontwikkelingen en ervaringen uit de afgelopen jaren te kunnen vertalen naar herformuleringen.
De VELON vindt het een belangrijke en positieve ontwikkeling dat leraren zelf de bekwaamheidseisen formuleren die het kader vormen voor professionele beroepsuitoefening binnen de beroepsgroep. De bekwaamheidseisen vormen echter ook een belangrijk kader voor lerarenopleiders (zowel binnen universiteiten, hogescholen en nascholingsinstellingen als binnen opleidingsscholen) en moeten ook voor opleidingsdoeleinden bruikbaar zijn. Vanuit dat perspectief vinden wij het van belang dat ook lerarenopleiders een bijdrage leveren aan herijking van de bekwaamheidseisen. De Vereniging Lerarenopleiders Nederland wil daarom graag reageren om de voorstellen voor herijking van de bekwaamheidseisen.
Dit willen we doen op basis van input van leden. Op verzoek van het bestuur heeft een klein voorbereidingsgroepje (Klaas van Veen en Marco Snoek) een eerste aanzet gegeven voor een mogelijke reactie vanuit de VELON. Graag nodigen we leden van de VELON uit om aan te geven of ze onderstaande punten delen en om eventuele andere punten te noemen die in een reactie vanuit de VELON zouden moeten worden opgenomen.
1. In de discussienotitie wordt aangegeven dat er sprake is van een herijking van de bekwaamheidseisen die in 2006 zijn vastgesteld. Het model dat in de discussienotitie wordt voorgesteld is echter geen aanpassing van het bestaande model met 7 bekwaamheidseisen, maar een geheel nieuw model. Dit nieuwe model komt in de notitie wat uit de lucht vallen en roept daarmee een aantal vragen op:
a. Wat is de aanleiding om tot een geheel nieuw model te komen? b. Welke problemen werden ervaren met de oude bekwaamheidseisen en in hoeverre lost het nieuwe model die problemen op?
c. Is er een relatie tussen de oude bekwaamheidseisen en de nieuw voorgestelde set van bekwaamheidseisen?
Dit laatste is voor de opleidingen van groot belang omdat de opleidingsprogramma’s in de afgelopen jaren geheel afgestemd zijn op de 7 bekwaamheidseisen uit 2006, zowel qua programmaverantwoording als qua termen van beoordelingscriteria. Introductie van een geheel nieuwe set bekwaamheidseisen zou een ingrijpende verandering vragen van de curricula, tenzij de nieuwe set een herordening is van de bestaande set (met andere accenten). Als dat het geval is, dan is het van belang om duidelijk te maken hoe de oude en nieuwe sets van bekwaamheidseisen tot elkaar te herleiden zijn. Als dat niet centraal gebeurt, zal iedere lerarenopleiding dat voor zichzelf doen, wat tot onderlinge verschillen en spraakverwarring kan leiden.
2. Wij constateren dat de bekwaamheidseisen in de afgelopen jaren een belangrijke rol hebben gespeeld in het creëren van een gemeenschappelijk taal voor leraren, werkgevers, overheid en lerarenopleidingen. De 7 bekwaamheidseisen vormen een breed referentiekader dat een belangrijke rol speelt in sector-overschrijdende discussies en samenwerking (bijv. rond opleiden in de school). Het voorgestelde model creëert door een geheel nieuw onderliggend conceptueel model een nieuwe taal. Wij maken ons zorgen dat de introductie van een nieuwe taal de komende tijd zal leiden tot spraakverwarring en misverstanden, omdat velen nog de oude taal zullen hanteren. We pleiten er dan ook voor, in lijn met het bovenstaande punt, om bij de herijking dichter bij de oude taal van de 7 bekwaamheidseisen te blijven.
3. De discussienotitie presenteert twee modellen: een model waarin de kern van het beroep samengevat is in drie bekwaamheidsegebieden en een model waarin drie contexten gepresenteerd worden waarin leraren het beroep vormgeven. Die drie contexten vormen een essentiële aanvulling op het eerste model. Zonder die aanvulling ontstaat het risico dat het leraarschap vooral gedefinieerd wordt als de kwaliteit van lesgeven, los van bredere kwalitietscycli, de inbedding in de school als geheel en de relatie met de omgeving. We pleiten er daarom voor om de beide modellen te integreren in één model en één figuur.
4. In de discussienotitie wordt in de laatste alinea terecht opgemerkt dat niet alles in de wet kan en moet worden vastgelegd. Persoonlijkheid, beroepshouding, moraal en beroepsethiek kunnen niet bij wet worden opgelegd. Wel moeten o.i. die onderliggende kern van het beroep en grondslag van het handelen van leraren binnen de wet worden erkend. Als dat ontbreekt, ontstaat het risico dat in beleid het leraarschap een te eenzijdig instrumentele invulling krijgt. We pleiten er daarom voor om in het conceptuele model die grondslag zichtbaar te maken, zonder deze te vertalen naar concrete indicatoren.
5. De laatste van de SBL-competenties, reflectie en ontwikkeling is in de uitwerking van de drie bekwaamheden niet expliciet terug te vinden. Reflectie en ontwikkeling is in onze ogen een centrale grondslag voor het professionele handelen van de leraar en is ook het leidende principe bij de invulling van het beroepsregister voor leraren. Dit geldt ook voor de rol van onderzoek en een onderzoekende houding van leraren. Binnen de meeste lerarenopleidingen is de afgelopen jaren een lijn rond praktijkonderzoek ontwikkeld, vanuit de gedachte dat het belangrijk is dat leraren een onderzoekende houding ontwikkelen, zich vragen blijven stellen rond (de opbrengsten van) hun lesgeven en het leren van hun leerlingen, en openstaan voor de betekenis van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek voor hun lespraktijk. De pleiten ervoor om het belang van reflectie, professionele ontwikkeling en onderzoek meer expliciet in de bekwaamheidsbeschrijvingen zichtbaar te maken.







