Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Meerwaarde van de gevolgen van de flexibilisering Vlaams hoger onderwijs

07 december 2007 - Boekenplank

De Vlaamse Onderwijsraad presenteerde op woensdag 5 december 2007 de publicatie Meerwaarde en gevolgen van de flexibilisering van het hoger onderwijs. Tijdens presentaties en een debat op de studienamiddag hebben verschillende deskundigen bekeken welke trends zich aftekenen nu het flexibiliseringsdecreet zijn derde jaar ingaat.
Het boek is de neerslag van een probleemverkenning waarin de Raad Hoger Onderwijs van de Vlor onderzocht of de invoering van het flexibiliseringsdecreet de verwachtingen inlost.
De Vlor vond de flexibilisering van het hoger onderwijs onder meer belangrijk om nieuwe doelgroepen te kunnen aantrekken, zoals kansarmere studenten, allochtonen, werkenden, studenten met een handicap, enz. Het moest de democratisering van het hoger onderwijs een nieuwe impuls geven en zou de diversiteit van het studentenpubliek doen stijgen. Met een flexibele onderwijsorganisatie en een creditsysteem zouden instellingen immers beter kunnen inspelen op de behoeftes, wensen en interesses van doelgroepen die in een jaarsysteem niet goed vertegenwoordigd zijn.

ENKELE TRENDS
Het aantal eerstejaarsstudenten stijgt. Na de hogescholen vorig jaar zien nu ook de universiteiten het aantal nieuwe inschrijvingen stijgen. De groei verschilt per instelling maar de trend is zo goed als algemeen. Dat kan er op wijzen dat meer doelgroepstudenten de weg naar hogeschool en universiteit vinden. Maar het zou ook kunnen dat een deel van nieuwe studenten bijvoorbeeld hoogopgeleiden zijn die zich voor een aantal opleidingsonderdelen inschrijven om bijkomende kwalificaties of credits te behalen. Of het groter aantal inschrijvingen inderdaad een tweede democratiseringsgolf betekent, moet degelijk onderbouwd wetenschappelijk onderzoek duidelijk maken.
Studietrajectbegeleiding is absoluut noodzakelijk. Het creditsysteem heeft de studievoortgang en de keuzemogelijkheden voor studenten veel flexibeler gemaakt. Ongeveer een kwart van de studenten volgt al een geïndividualiseerd traject. De instellingen verwachten dat steeds minder studenten het modeltraject zullen volgen dat doet denken aan het vroegere jaarsysteem. Studietrajectbegeleiding is noodzakelijk om een deel van de studenten doorheen het programma van opleidingsonderdelen naar hun diploma te loodsen. Studenten hebben meer behoefte aan informatie op maat, en soms zijn ook ondersteuning bij het keuzeproces en coaching (motiveren, adviseren, stimuleren) welkom. De probleemverkenning gaat ook kort in op welke competenties een trajectbegeleider nodig heeft. (bijdrage van Erik Depreeuw aan debat)
Veroorzaakt de flexibilisering studieduurverlenging of niet? De soepelheid van het creditsysteem maakt de opleiding studeerbaarder en moduleerbaarder, maar ze kan studieduurverlenging in de hand werken. Studenten komen makkelijker in de verleiding om examens uit te stellen en ze kunnen studievooruitgang boeken terwijl ze vakken waarvoor ze niet slagen, een tijdlang meeslepen. Studenten die eigenlijk niet in het hoger onderwijs thuishoren, kunnen credits sprokkelen en zo de valse indruk krijgen dat het misschien toch zal lukken.
Sommige deskundigen stellen zich in dat verband de vraag of de flexibilisering, cynisch genoeg, niet net de zwakkere studenten in de problemen brengt. De vroegere klascohesie van hogescholen bijvoorbeeld, zal verbrokkelen naarmate studenten een individueler studietraject volgen. Zich optrekken aan klasgenoten wordt dan moeilijker. Terwijl het systeem anderzijds meer openingen schept om moeilijkheden te ontwijken of te verdoezelen, en men uiteindelijk toch zonder diploma het hoger onderwijs verlaat. Opnieuw moet studietrajectbegeleiding daar een antwoord op bieden.
Zonder degelijk statistisch onderzoek is het echter moeilijk om een sluitend antwoord te geven. Als iemand die deeltijds werkt zich elk jaar voor 30 ipv 60 studiepunten inschrijft, zal hij inderdaad langer over de studie doen. Maar is er sprake van studieduurverlenging als hij zes jaar lang slaagt voor die 30 studiepunten?
Informatie verstrekken is belangrijk om studenten uit nieuwe doelgroepen de stap naar het hoger onderwijs te laten maken. Maar ook ouders hebben behoefte aan goede informatie over het hertekend hogeronderwijslandschap. Want zij kunnen niet afgaan op hun kennis en/of ervaringen uit het verleden om bijvoorbeeld de studievoortgang van hun kinderen adequaat te beoordelen.
Een goed uitgebouwd en compatibel studentvolgsysteem is nodig. Om de (geïndividualiseerde) trajecten van hun studenten te kunnen registreren en administratief verwerken, hebben de instellingen een degelijk elektronisch studentvolgsysteem nodig. De systemen van de instellingen moeten ook compatibel zijn om de mobiliteit van studenten te kunnen volgen. De probleemverkenning maakt duidelijk dat de overheid een nieuwe versie van de centrale databank tertiair onderwijs nodig heeft die de studieloopbanen registreert.
De werkdruk van administratieve, onderwijskundige én wetenschappelijke medewerkers stijgt. De flexibilisering betekent wellicht meer verschillende programma’s, meer studenten, meer en gevarieerdere evaluatie- en begeleidingsopdrachten voor lesgevers, maar ook complexere uurroosters, diverse intakemomenten, meer en complexere studentendossiers, enz. voor de instellingen. (presentatie Veerle Hendrickx) De flexibilisering in arbeidstijd bemoeilijkt de combinatie van arbeid en gezin. (bijdrage Rudy Van Renterghem aan debat)
EVC- en EVK-procedures verhogen niet noodzakelijk de democratisering. Het is mogelijk om in het hoger onderwijs via eerder verworven competenties of kwalificaties vrijstellingen of zelfs een diploma te behalen. In de Vlor hebben de vijf associaties overlegd over hun EVC-procedures. In het academiejaar 2005-2006 ontvingen zij samen 658 aanvragen, de meeste (521) voor een procedure in een professionele bachelorsopleiding. Daarvan leidden er 559 tot een bewijs van bekwaamheid waarmee de aanvrager dan in de instelling van de associatie vrijstellingen kan aanvragen. (Cijfers voor 2006-2007 nog niet beschikbaar; bijdrage Luc Van de Poele aan debat)
Instellingen die duidelijk inspanningen leveren om zij-instromers aan te trekken en zich bijvoorbeeld in het verleden al profileerden met een vrijstellingenbeleid, trekken de meeste kandidaten voor EVC- procedures aan. Toch verhoogt EVC, zoals het nu is uitgewerkt, niet noodzakelijk de democratisering van het hoger onderwijs. Heel wat aanvragers hebben al een diploma hoger onderwijs zo blijkt. Ook de hoge prijs van een EVC-procedure kan mensen afschrikken, hoewel die de kosten om de competenties van kandidaten te evalueren niet dekt. Competenties evalueren is trouwens een complexe zaak signaleren de associaties.
Sociale gevolgen voor de studenten door verschillen in (federale) wetgeving. De definities van een student verschillen in de verschillende (federale) rechtsgebieden en zijn niet altijd aangepast aan het Vlaamse flexibiliseringsdecreet. Zo vallen beursstudenten soms ten onrechte terug op hun jokerkrediet bij sommige overgangen in de studievoortgang die ten onrechte als heroriënteringen worden beschouwd. Anderzijds kunnen zij vermijden hun jokerkrediet aan te spreken, door opleidingsonderdelen waarvoor ze niet slaagden, in een andere instelling te volgen. Daar worden die studiepunten niet beschouwd als “oude” waarvoor een student opnieuw inschrijft, maar als nieuwe studiepunten waarvoor de student dus een studietoelage ontvangt. De probleemverkenning geeft een overzicht van vergelijkbare knelpunten voor werkloosheidsuitkering, kinderbijslag, educatief verlof, toelagen voor studenten met functiebeperkingen, regelingen voor vluchtelingen, enz. (bijdrage Frans Devenyns aan debat + verhaal student)
Het is op dit moment nog te vroeg om sluitende conclusies te trekken. De Vlor vraagt de overheid een goed onderbouwde, wetenschappelijke evaluatie van de invoering van het flexibiliseringsdecreet.

Contactpersoon: Bruno Paternoster 02 227 13 41 of 0476 76 92 13
Website: http://www.vlor.be
E-mail: bruno.paternoster@vlor.be