Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Rapport-Dijsselbloem op 13 februari

14 februari 2008 - Landelijk nieuws

Basisvorming, tweede fase, vmbo en het nieuwe leren. Dat zijn de vier aandachtsgebieden van de parlementaire onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen. Voor de één een gruwel, voor de ander een zegen. Het Nederlandse onderwijs staat volop in de maatschappelijke belangstelling. Iedereen heeft een mening over de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen 15 jaar. De Tweede Kamer heeft de balans opgemaakt.

Kenniskringen aanjagers van het nieuwe leren.

Veel activiteit ter initiatie van het nieuwe leren wordt gevonden in de recente ontwikkelingen rond het oprichten van kenniskringen en het aanstellen van lectoren bij de lerarenopleidingen aan de hogescholen. De HBO-raad heeft de effecten van het convenant en de subsidiebeschikking na vier jaar geëvalueerd. Daaruit blijkt dat ten aanzien van de beleidsdoelstelling «bijdrage aan het onderwijs» in veel gevallen een lectoraat fungeert als aanjager van vernieuwing van curricula. «Meestal door de inbreng van nieuwe kennis, maar ook door de ontwikkeling van nieuwe opleidingsconcepten en onderwijsmethoden. Een korte blik op het internet geeft de indruk dat veel van de lectoren verbonden aan de lerarenopleidingen, met de daaraan verbonden kenniskringen van docenten, gericht zijn op het nieuwe leren en vergelijkbare arrangementen. Ook vanuit deze hoek komen impulsen voor «het nieuwe leren»-concept.

Ten koste van vakinhoud. In paragraaf 3.8 wordt nader ingegaan op de verschuiving van aandacht voor didactiek, ten koste van de aandacht voor vakinhoud, met name binnen de tweedegraads-lerarenopleidingen.

Druk op leraren. Als excellent wordt aangemerkt als men op de competentie «gedifferentieerd werken voldoet aan de volgende kenmerken en die naar de mening van de commissie overeenkomsten vertonen met kenmerken van het nieuwe leren:

  • leraar legt problemen voor die stimuleren tot het zelf verzamelen en toepassen van kennis;
  • leraar laat leerlingen eigen leerstrategieën ontwikkelen;
  • leraar komt op basis van reacties van leerlingen tot realisatie leerdoelen;
  • leraar laat leerlingen naar hun mogelijkheden zelfstandig werken of in overleg aan opdrachten werken;
  • leraar speelt bewust in op verschillen in motivatie en capaciteiten van leerlingen.

Bovenstaande opsomming laat naar de mening van de onderzoekscommissie zien dat ook op basis van de beoordeling van leraren met behulp van de competentieprofielen, druk op leraren wordt uitgeoefend om zich te voegen naar de uitgangspunten van nieuw leren, wil men een goede beoordeling verwerven. De commissie vindt het opmerkelijk dat vanuit de overheid een opdracht uitgaat voor een dergelijke invulling van competenties voor een integraal personeelsbeleid, die zozeer de didactische vormgeving van het onderwijs raakt.

Kwaliteit van docenten
In navolging van de Commissie Rinnooy Kan (LeerKRACHT! 2007) is de commissie van mening dat de kwaliteit van de docent een cruciaal ankerpunt is als het gaat om de kwaliteit van onderwijs.
Op basis van dit onderzoek komt de commissie tot de volgende aanbevelingen:

  • De komende jaren zal nadrukkelijk moeten worden geïnvesteerd in zowel de initiële opleiding als in de bijscholing van docenten.
  • De hbo-lerarenopleidingen moeten naar het oordeel van de commissie, in afwijking van wat in het hoger onderwijs gebruikelijk is, door de overheid vastgestelde curricula en examenprogramma’s krijgen.
  • De mogelijkheid moet onderzocht worden om het verwerven van een onderwijsbevoegdheid voor academici weer een (keuze)onderdeel te laten zijn van hun reguliere universitaire opleiding, zodat zij met hun studie meerdere loopbaanmogelijkheden creëren. Bezien moet worden of de kans dat academici (tijdelijk, of op een later moment in hun carrière) kiezen voor het leraarsberoep hierdoor kan worden vergroot.
  • De overheid moet bij het formuleren van de vereiste kwaliteitseisen van leraren geheel afzien van een expliciete of impliciete inhoudelijke keuze van toe te passen pedagogiek/didactiek. Dergelijke keuzen zijn aan scholen in overleg met docenten.

Tenslotte sluit de commissie zich nadrukkelijk aan bij de aanbevelingen van de Commissie Rinnooy Kan om de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden van onderwijsgevenden de komende jaren verder te verbeteren. Dit alles in de overtuiging dat deze maatregelen zullen bijdragen aan de verhoging van de status en de aantrekkelijkheid van beroepen in het onderwijs.

Het eindrapport en de onderliggende studies zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer.