Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Krachtig Meesterschap. Kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren

02 oktober 2008 - Landelijk nieuws

Krachtig Meesterschap. Kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren Op 23 september presenteerde staatssecretaris Marja van Bijsterveldt haar Kwaliteitsagenda voor het Opleiden van Leraren onder de titel ‘Krachtig Meesterschap’.

In de kwaliteitsagenda formuleert de staatssecretaris voornemens ten aanzien van de kwaliteit en kwantiteit van het opleiden van leraren. Input voor het plan is geleverd door brancheorganisaties (HBO-raad, VSNU, VO-raad, PO-raad en BVE-raad) en is afkomstig van gesprekken met studenten, leraren, directies en ook een gesprek met een delegatie van de VELON.
De agenda focust op twee hoofdpunten: kwaliteitsverbetering van de HBO-lerarenopleidingen en kwantiteitsverhoging o.a. door academici voor de klas.

Kwaliteitsverbetering van de hbo-lerarenopleidingen
In het verlengde van de beleidsagenda lerarenopleidingen 2005-2008 hamert de staatssecretaris op het vastleggen van het eindniveau via de beschrijving van een expliciete kennisbasis voor beginnende leraren, de vertaling naar eindtermen en de invoering van gemeenschappelijke eindtoetsen. Waar de HBO-raad in haar beleidsnota Meesterschap echter aangeeft dat de kennisbases en toetsen in 2009-2010 beschikbaar zullen zijn, hanteert de staatssecretaris een deadline van eind 2008 voor de tweedegraads lerarenopleidingen en voor rekenen en taal binnen de pabo’s. Voor de andere vakken binnen de pabo’s en de eerstegraads lerarenopleidingen geldt een deadline van eind 2010.
De kennisbases en eindtoetsen moeten niet alleen betrekking hebben op vakinhoudelijke kennis, maar ook op ‘handelingsbekwaamheid’ en ‘opbrengstgerichtheid’.
Het bestuur van de VELON heeft eerder reeds aangegeven dat het ontwikkelen van valide landelijke toetsen complex is en tijd vraagt. Vanuit dat perspectief lijkt eind 2008 weinig haalbaar.

Om het studiesucces van studenten aan de lerarenopleidingen te vergroten moet er meer aandacht komen voor intake- en studiekeuzegesprekken. Daarnaast moet de Onderwijsraad een advies geven of er voor de lerarenopleidingen vakkenpakketeisen gesteld moeten worden. Met de HBO-raad moeten afspraken gemaakt worden over summercourses voor instromende studenten. Tenslotte moet er meer aandacht komen voor mannelijke studenten en allochtone studenten

Opleiden in de school en lectoraten
Voor opleidingsscholen zullen er keurmerken komen die o.a. vastleggen dat de opleidingsschool ‘van ontegenzeggelijk goede kwaliteit is’. De NVAO moet het keurmerk gaan verlenen. De Staatssecretaris wil verder gaan met academische opleidingsscholen (met subsidies voor 2009-2010 en 2010-2011). Daarvoor zullen in het keurmerk aanvullende eisen komen.

De lectoraten spelen in de ogen van de staatssecretaris een belangrijke rol bij de kwaliteitsverhoging van de lerarenopleidingen en het meer evidence based opleiden. Daarvoor krijgen de lerarenopleidingen meer ruimte om lectoren aan te stellen. Opvallend is dat volgens de staatssecretaris de lectoren meer nadrukkelijk ingezet moeten worden in het primaire proces en een substantieel deel van hun tijd moeten besteden aan het verzorgen van onderwijs. Hierbij wordt geen link gelegd met een recent evaluatierapport over lectoraten in Nederland (Evaluatiecommissie Lectoraten (2008) Lectoraten, Kweekvijvers van Innovatie. SKO, Den Haag), waarbij de effectiviteit van lectoraten ten aanzien van het curriculum niet gekoppeld wordt aan lesgevende activiteiten van lectoren, maar vooral aan de participatie van lerarenopleiders in kenniskringen.

Meer academici voor de klas
Eén van de opvallendste voornemens van de staatssecretaris is om een ‘academische derdegraads bevoegdheid’ in te voeren: studenten aan een academische bacheloropleiding moeten binnen hun studie de mogelijkheid krijgen om via een minor een beperkte tweedegraads bevoegdheid te krijgen voor de onderbouw van havo en vwo en de theoretische leerweg van het vmbo. Opmerkelijk is dat hier een wijziging van het bevoegdheidsstelsel wordt doorgevoerd zonder enig advies van het Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs. Ook opmerkelijk is dat er in de Kwaliteitsagenda geen relatie gelegd wordt met de reeds bestaande mogelijkheid van een kopopleiding: studenten die een academische bachelor hebben in een relevant schoolvak kunnen reeds via een kopopleiding van 1 jaar (waarvan een half jaar als minor deel kan uitmaken van het bachelorprogramma) een tweedegraads bevoegdheid halen. Dit traject scheelt effectief slechts een half jaar met de nieuwe route die de staatssecretaris voorstelt en levert een volwaardige tweedegraads bevoegdheid op.

Ruimte voor nieuwe initiatieven
Nieuwe initiatieven om meer mensen voor de klas te krijgen zullen ondersteund worden: voorbeelden zijn de academische pabo van Utrecht, educatieve minoren in hbo- en wo bachelorprogramma’s om studenten uit andere sectoren kennis te laten maken met het leraarsberoep en projecten zoals het Engelse Teach First, waarbij talentvolle academici worden gestimuleerd om eerst enige tijd in het onderwijs te werken voordat ze doorstromen naar ‘glansrijke carrières in het bedrijfsleven’. In de Kwaliteitsagenda wordt geen verwijzing gemaakt naar discussies elders in Europa, waar in steeds meer landen er voor gekozen wordt om de initiële lerarenopleiding naar masterniveau te brengen.
Voor dit soort initiatieven die nog ongebaande wegen naar het leraarsberoep verkennen komt een subsidieregeling.

Oog voor excellentie
Om professionele ontwikkeling te stimuleren wil de staatssecretaris in samenspraak met de sociale partners komen tot erkenning van excellente leraren, onder andere door het formuleren van expliciete bekwaamheidseisen op excellent niveau. In dat licht past ook de steun die de staatssecretaris geeft aan het initiatief van de VELON om de beroepsstandaard voor lerarenopleiders te differentiëren naar een basis en excellent niveau.
Ook ten aanzien van lerarenopleidingen wil de staatssecretaris excellentie benoemen. De NVAO wordt gevraagd om indicatoren te ontwikkelen om onderscheidende kwaliteit van lerarenopleidingen in beeld te brengen (en dus niet alleen een uitspraak te doen over wel of niet geaccrediteerd).
Voor het totale plan is in de komende vier jaar 107 miljoen beschikbaar.
(MS)