Onderwijsraad bepleit leeftijdsscheiding pabo: 0-8 en 6-12
03 oktober 2008 - Landelijk nieuws
In het advies 'Een rijk programma voor ieder kind' pleit de Onderwijsraad voor meer aandacht voor de ontwikkeling van jonge kinderen. De pedagogische invalshoek blijft in de ogen van de Onderwijsraad in het debat over kinderopvang te veel onderbelicht. Dit moet juist het vertrekpunt zijn. De raad vindt het belangrijk dat er een rijk programma wordt ontwikkeld waarin is beschreven welke mijlpalen en doelen kinderen tussen nul en twaalf jaar zouden moeten bereiken. Doelen op cognitief gebied, maar ook op fysiek, motorisch, sociaal-emotioneel en moreel gebied. Een dergelijk programma stelt diverse pedagogische instellingen (kinderopvang, peuterspeelzalen, basisscholen, brede scholen, naschoolse opvang, vrijetijdsvoorzieningen) in staat om constructief samen te werken, vanuit het gemeenschappelijke belang van het kind.
Kinderopvang moet omgezet worden in ‘Leeropvang’ voor alle kinderen van ongeveer tweeënhalf tot vier jaar, een meer educatief gericht programma dat binnen de bestaande voorzieningen uitgevoerd kan worden. Vier dagdelen leeropvang wordt op deze wijze een toegesneden onderwijsvervroeging, met een breed programma dat voor ieder kind waardevol is.
Een pedagogische verdieping van opvang en onderwijs aan jonge kinderen vraagt echter om een specifieke beroepsopleiding op hbo-niveau. De Onderwijsraad stelt uitgaande van de vervroeging van het basis/kleuteronderwijs (de leeropvang) voor om een differentiatie in de pabo-opleiding in te voeren. Na één gemeenschappelijk jaar kunnen studenten kiezen uit de differentiatie ‘jonge kind’ (van nul tot acht jaar) en de differentiatie ‘oudere kind’ (van zes tot
twaalf jaar). De instroomeisen voor de pabo blijven hetzelfde, maar de differentiaties
leveren wel verschillende bevoegdheden op.







