Beroepsgroep van leraren formeel van start gegaan
02 oktober 2011 - Landelijk nieuws
In alle discussies over professionele ruimte en professionele kwaliteit van leraren is er één ding heel duidelijk geworden: het ontbreekt aan een krachtige beroepsgroep van leraren die haar stem kan laten horen en een serieuze gesprekspartner is voor het ministerie, werkgevers en lerarenopleidingen. Daardoor wordt er vooral over en niet door leraren gesproken. Natuurlijk waren er wel lerarenorganisaties, maar die waren versnipperd, hadden verschillende agenda’s en trokken nauwelijks gezamenlijk op.
Na een jaar voorbereiding is op 1 oktober die formele beroepsgroep van start gegaan: de Onderwijscoöperatie. De beroepsgroep is niet uit het niets gecreëerd, maar ontstaan door de bundeling van vijf grote bestaande lerarenorganisaties: drie vakbonden (AOb, CNV Onderwijs en de Federatie Onderwijsbonden CMHF/MHP) en twee inhoudelijke organisaties: Beter Onderwijs Nederland en de Vereniging van Vakinhoudelijke Verenigingen in het Voortgezet Onderwijs VVVO. Deze organisaties vertegenwoordigen al een groot aantal leraren, al zullen veel leraren in het basisonderwijs en MBO zich minder vertegenwoordigd voelen door clubs als VVVO en BON. De coöperatie kent geen individuele leden. Dat kan echter juist aanleiding zijn voor leraren MBO om je als leraar aan te sluiten bij een groep als de Beroepsvereniging voor leraren MBO (BVMBO), zodat die groot genoeg wordt om formeel toe te treden tot de cooperatie. Leraren in het basisonderwijs zullen nog een eigen inhoudelijke beroepsvereniging moeten creëren.
De activiteiten van de Onderwijscoöperatie zullen zich richten op drie terreinen: de bekwaamheid van de leraar, de professionele ruimte van de leraar en het imago van het leraarschap.
Ten aanzien van de bekwaamheid van de leraar is de eerste actie het herijken van de bekwaamheidseisen die in 2006 zijn vastgesteld. Een tweede actie zal zijn het instellen van een beroepsregister voor de leraar, met daaraan gekoppeld een verplichting tot bekwaamheidsonderhoud via actieve professionalisering.
In het proces van vorming van een krachtige beroepsgroep is met de formele start van de Onderwijscoöperatie een belangrijke stap gezet. Er zal echter nog een ingewikkeld proces volgen om de Onderwijscoöperatie tot een krachtige en vanzelfsprekende vertegenwoordiger van de gehele beroepsgroep van leraren te maken, waar leraren ook het belang van zien en het eigenaarschap bij voelen. In dat proces zullen belangen en politiek en strategisch gedoe vaak een rol spelen. Dat hoort bij het proces en is op zich niet erg, zolang het centrale belang maar overeind blijft: het feit dat leraren zich collectief hard maken voor de kwaliteit en de stem van hun professie en zelf de normen stellen en bewaken op basis waarvan iedere leraar in Nederland zich met trots leraar wil noemen.
Voor de lerarenopleidingen is de ontwikkeling van de Onderwijscoöperatie een belangrijke ontwikkeling. Tot nog toe waren de opleidingen vooral in overleg met de overheid en met de werkgevers (in de vorm van de POraad, de VOraad en de MBO-raad). Nu zal ook de beroepsgroep zelf een belangrijke gesprekspartner worden, omdat de beroepsgroep bij de bewaking van de kwaliteit van de leden van de beroepsgroep ook haar eisen zal stellen aan de opleidingen die toegang geven tot die beroepsgroep.







