LPBO bepleit onderwijsondersteuning op twee niveaus
23 mei 2007 - Landelijk nieuws
Op dinsdag 22 mei jl. ontving staatssecretaris Van Bijsterveldt het rapport ‘Beroep: onderwijsondersteuner’ van het Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs (LPBO). Het rapport geeft antwoord op de vraag welke ondersteunende beroepen in het onderwijs te onderscheiden zijn en welke competentieprofielen en bekwaamheidseisen daarbij horen. Toenmalig minster Maria van der Hoeven heeft deze vraag aan het LPBO voorgelegd.
De belangrijkste conclusie van het LPBO is dat ondersteunende beroepen een eigen range aan werkzaamheden kennen, die zowel pedagogisch-verzorgend, pedagogisch-didactisch als technisch-ondersteunend zijn. De werkzaamheden overlappen daarmee deels de werkzaamheden van de leraar, maar onderscheiden zich van het leraarsberoep door een beperkte complexiteit en verantwoordelijkheid. Het LPBO stelt voor om voortaan te spreken van één beroep met de nieuwe naam ‘onderwijsondersteuner’. Dit beroep kan op twee verschillende niveaus worden uitgeoefend. Het betreft het huidige MBO4-niveau en een hoger niveau waarvoor een geheel nieuw competentieprofiel en bekwaamheidseisen ontwikkeld moeten worden.
Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft met belangstelling kennisgenomen van het goed onderbouwde oordeel van het platform. Zij zal dat oordeel ter kennis brengen van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Tevens zal zij het rapport sturen aan organisaties van werkgevers en werknemers in het onderwijs en hen daarbij vragen hoeveel ondersteuners van het hogere niveau in het onderwijs gewenst zijn. Gelijktijdig moeten voorbereidingen worden getroffen voor het opstellen van een competentieprofiel voor dat niveau en in aansluiting daarop voor het ontwikkelen van bekwaamheidseisen.
Het advies en de samenvatting zijn te vinden op de website van het LPBO.







