Advies Onderwijsraad over schoolcultuur
21 juni 2007 - Boekenplank
Leerlingen uit verschillende etnisch-culturele groepen leren op school met elkaar omgaan.
Zij vormen met hun leraren een specifieke leef- en werkgemeenschap, een schoolcultuur.
Tenminste ... áls zij samen naar school gaan. Scholen worden immers steeds
’zwarter’ en ‘witter’. De raad heeft recentelijk geadviseerd over de aanpak van deze onderwijssegregatie.
Het huidige advies gaat juist over scholen met een multiculturele leerlingenpopulatie.
Hoe komt op multiculturele scholen een schoolcultuur tot stand die de
verschillende etnische groepen aan zich bindt? Dat is de hoofdvraag van het advies.
Er is geen pasklare oplossing voor de vragen en problemen van de cultureel gemengde
school. Het advies wil slechts een handreiking bieden tot nadenken en handelen. Het advies
heeft betrekking op openbare en bijzondere scholen, de hoogste groepen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, en het middelbaar beroepsonderwijs.
De basis voor een verbindende schoolcultuur ligt in de gezamenlijkheid. Scholen die
voor het advies onderzocht zijn, wijzen op het ‘wij-gevoel’: iedereen maakt deel uit van
déze school, met déze waarden, normen, gewoontes en activiteiten. Gemengde scholen
lijken vooral succesvol als zij een visie hebben op wat de meerwaarde is van hun school.
Deze visie geeft aan hoe de school wil omgaan met het multiculturele karakter. Op basis
van deze visie ontstaat één schoolbeeld, dat de school uitdraagt naar samenwerkingspartners, ouders, enzovoort. Gemengde scholen moeten wel responsief om kunnen gaan
met hun visie en beleid. Als de schoolpopulatie van samenstelling verandert, moet de
school immers mee veranderen en een (nieuw) antwoord op de veranderingen hebben.
Op basis van de informatie over de scholen met wie voor dit advies gesproken is, kunnen
drie visies onderscheiden worden met de bijpassende (beleids)route.
1) Convergentie en Nederlander zijn voorop
Het ideaalbeeld van deze scholen is een school als motor van individueel talent, ongeacht
achtergrond. Daarom kijkt de school naar de talenten, rechten, plichten en verantwoordelijkheden
van de individuele leerling of deelnemer. Er is bewust geen specifieke
aandacht voor de culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige achtergrond van leerlingen. Niet de herkomst, maar de toekomst is het uitgangspunt.
2) Aandacht voor diversiteit centraal
Deze scholen vinden het juist van belang dat de culturele achtergrond van leerlingen niet
wordt verloochend. Zij profileren zich met hun gemengde populatie, bijvoorbeeld als wereldschool
of als een verzamelplaats van culturen. Zij zien zichzelf als Nederlandse scholen
met Nederlandse normen en waarden. Maar er is ook veel aandacht voor diverse le10
Onderwijsraad, maart 2007
vensovertuigingen, zonder één daarvan tot uitgangspunt van de visie te maken. De visie
is juist dat de pluriformiteit (en waarde) van geloofsbeleving en cultuur erkend en benoemd
wordt.
3) Identiteit in religie en levensbeschouwing
Deze scholen stellen levensbeschouwing en religie als bindmiddel centraal. Dat kan zijn
een actieve invulling van de grondslag van het openbaar onderwijs; maar ook een bijzondere
school die andere godsdiensten en levensbeschouwingen benadert vanuit de
eigen identiteit. Op deze scholen kunnen leerlingen leren dat ook in een andere levensbeschouwing of godsdienst elementen zitten die overeenkomen met hun eigen levensbeschouwing of godsdienst.
De volledige publicatie is te verkrijgen via www.onderwijsraad.nl







