De rol van schrijfopdrachten bij het leren op de pabo
Jaargang 2002 | Editie 2 | 08 april 2002
Gepubliceerd door: Bart van der Leeuw
Download dit artikel(LET OP: U dient ingelogd te zijn om dit bestand te downloaden) |
Samenvatting
Leidende gedachte in constructivistisch opleiden is dat studenten hun eigen beroepskennis produceren. Bij deze actieve vorm van leren wordt schrijven steeds meer als een effectief hulpmiddel gezien. Bean (1998) is met ‘Schrijvend leren’ een warm pleitbezorger van deze visie en biedt
een scala aan voorbeelden en tips. Als we schrijven willen inzetten in constructivistisch opleiden, wat heeft de schrijfdidactiek ons dan te bieden? En wat voor teksten schrijven studenten überhaupt op de pabo? Om met die laatste vraag te beginnen. Uit een inventarisatie van opdrachten doorheen het gehele curriculum -onderwijskundige thema's en modules in alle vakvormingsgebieden van de Pabo Den Bosch blijkt dat studenten erg veel schrijven. Er gaat eigenlijk geen dag voorbij zonder het schrijven van teksten. Globaal zijn die teksten te verdelen in beroepsspecifieke teksten, zoals werkbladen voor leerlingen en ouderbrieven, en opleidingsspecifieke teksten. Met laatstgenoemde categorie bedoel ik teksten die studenten schrijven, juist omdat ze een opleiding volgen, omdat ze leren voor een beroep. Denk daarbij aan samenvattingen van bestudeerde literatuur, aantekeningen bij artikelen of colleges, verslagen van observaties en schriftelijke voorbereidingen van stageactiviteiten.1 Voor het schrijven van opleidingsspecifieke teksten krijgen studenten de opdracht van een docent. Soms is de docent ook het publiek waarvoor geschreven wordt, maar dat is lang niet altijd het geval. Vaak wordt de opdracht voor een opleidingsspecifieke tekst gemotiveerd met de uitspraak: "Je schrijft het voor jezelf en je zult zien dat je er iets van opsteekt". Na verloop van tijd gaan studenten het schrijven van dit soort teksten ervaren als een sleur, een inhoudsloze routine, een
verplicht nummer. Opmerkingen als: "Moet ik nu al weer een reflectieverslag schrijven?", zijn dan niet van de lucht. Kennelijk is de docent niet voldoende in staat de schrijfopdracht te motiveren, aan te geven wat het schrijfdoel is. In dit artikel bespreek ik welke doelen een rol kunnen spelen als we
studenten een schrijfopdracht voorleggen. Het gaat daarbij om de beoogde en gerealiseerde doelen van een aantal opleidingsspecifieke teksten, te weten een verslag, aantekeningen en een lesvoorbereiding. Vooraf introduceer ik een aantal relevante schrijfdidactische (Hillocks, 1995) en leerpsychologische (Boekaerts & Simons, 1995) begrippen.







