Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Workshop 34 - Begeleiden HBO-praktijkonderzoek in de Masteropleiding

Hoe maken we kennis?


VELON-congres 2008: Kennis-maken

Presentator
H.C. de Bruijn

Workshop 34 - Begeleiden HBO-praktijkonderzoek in de Masteropleiding

Henriette de Bruijn, Archimedes Lerarenopleiding, Faculteit Educatie, HU
Ada Herwig, Kenniskring Lectoraat Beroepsonderwijs, Faculteit Educatie, HU
Leny Vink, PhD-student Lectoraat Beroepsonderwijs, Faculteit Educatie, HU

Parallelsessie 1 Maandag 31 maart van 11.30 uur tot 12.30 uur, zaal 22. 

Context:
Hogescholen zijn sinds enkele jaren bezig onderwijs en onderzoek aan elkaar te verbinden. Ze trachten daarbij een profiel te ontwikkelen waarin onderzoek gericht wordt op ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Tegelijkertijd is, mede vanwege de invoering van de BA/MA-structuur, een toename van het aantal HBO c.q. professionele masters zichtbaar. Bovenstaande raakt elkaar in het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden als onderdeel van de professionele master opleiding. Afgestudeerden dienen een basiskwalificatie op het gebied van onderzoek te hebben waarbij zij tevens ervaringen moeten hebben opgedaan met praktijkgericht onderzoek (Leijnse , Hulst en Vroomans, 2006; Vos, Borgdorff en Van Staa, 2007).

De criteria voor het te bereiken Masterniveau, omschreven in de Dublin-descriptoren, zijn vertaald naar de ‘Eindkwalificaties’ van de Master Opleiding van de rchimedeslerarenopleiding
van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Zij laat al ruim tien jaar haar Masterstudenten (voorheen eerstegraadsopleiding) praktijkonderzoek doen en leidt studenten ook op tot Educatief Onderzoeker. De eindkwalificatie Educatief Onderzoeker is een aanvulling op de eindkwalificaties van de competentiegebieden van de SBL, die natuurlijk ook tot het Mastergebied behoren, zij het meer uitgediept dan op het Bachelorniveau.
Eindkwalificatie Educatief Onderzoeker: (uit de studiegids Master of Education)

De abituriënt:
1 is in staat zich zelfstandig (nieuwe) theorie(en) met betrekking tot onderwerpen
van pedagogische, onderwijskundige of didactische aard eigen te maken, bevindingen
uit onderzoek te interpreteren en te vertalen naar de onderwijspraktijk;
2 heeft kennis van en inzicht in de kennisdomeinen die van betekenis zijn voor het
uitvoeren van praktijkgericht onderzoek, zoals methodologie, wetenschapsfilosofie,
kentheorie, argumentatieleer e.d.;
3 is in staat om praktijkgericht onderzoek uit te voeren op educatief gebied (b.v.
actieonderzoek ter verbetering of verandering van de onderwijspraktijk) en om
conclusies van onderzoek, motieven en overwegingen, duidelijk en ondubbelzinnig
over te brengen op een publiek bestaande uit specialisten en niet-specialisten
Wat betekent dat voor de Lerarenopleider?
Al enige jaren zijn we zoekende naar de beste manier om praktijkonderzoek te begeleiden.
Vanuit de Beroepsstandaard voor de Lerarenopleider van het VELON, onder
meer begeleiden van de ontwikkeling van toekomstige leerkrachten, begeleiden van
studenten bij (actie)onderzoek, bijdrage leveren aan de kennisproductie over opleiden
en onderwijzen en het systematisch reflecteren op de eigen didactiek van het
eigen (onderwijs)gedrag) komen wij tot bepaalde vragen rondom ons werk en pogingen
om daar oplossingen voor te vinden.

Tegen welke problemen lopen wij aan?
• We laten studenten eenmalig een (actie)onderzoek, met twee onderzoekscycli, uitvoeren. Bij navraag blijkt dat de docenten na hun afstuderen, vrijwel nooit meer educatief onderzoek doen. Genoemde argumenten zijn onder meer, het tijdroven de karakter van onderzoek doen en de uitgebreide rapportage.
• Halen onze studenten het beoogde Masterniveau? We hebben moeite om de studenten te brengen naar het bestuderen van voldoende literatuur op het juiste niveau. Wat is literatuur van het juiste niveau? Wanneer hebben ze voldoende literatuur van het juiste niveau bestudeerd? We hebben moeite om sommige studenten op een gerichte manier relevante literatuur te laten bestuderen als basis voor een kwalitatief hoogwaardig praktijkonderzoek.
Hoe ziet de situatie eruit waar we naar toe zouden willen?
• Studenten ontwikkelen een conceptual framework (gereedschapskistje) opdat ze in de toekomst kwalitatief verantwoord onderzoek in de praktijk kunnen doen. Alle studenten kunnen minimaal op verklarend niveau een onderzoek in de beroepspraktijk opzetten en uitvoeren, de goede studenten komen verder dan voorheen Om deze doelen te bereiken hebben we de methode van onderzoek in de praktijk opzetten en begeleiden aangepast, een methode die ontwikkeld is en uitgebouwd wordt door Leny Vink in het kader van een promotieonderzoek.
Rond dit traject zijn wij een actieonderzoek begonnen met de volgende onderzoeksvragen:
• Welke competenties moet ik als lerarenopleider ontwikkelen om studenten een
conceptual framework te laten ontwikkelen?
• Als ik de studenten een conceptual framework laat ontwikkelen, komen ze dan op
het gewenste hogere niveau?
Ons onderzoek bouwt voort op ander onderzoek zowel van elders als van binnen Archimedes Lerarenopleiding;
• Petra Ponte (2006) heeft onderzoek gedaan aan het begeleiden van actieonderzoek, waarbij tevens de casestudies van Jannie Slootweg en Piet Zwaal illustratieve voorbeelden vormen
• Heinze Oost heeft een uitstekend boekje geschreven over de keuzes die gemaakt moeten worden om tot een helder begeleidingsmodel te komen
• Er is binnen de Archimedes Lerarenopleiding geïnventariseerd welke behoefte studenten
hebben bij de begeleiding van hun Praktijkonderzoek (Knezic en Verhaart, 2006)
• Bij het lectoraat beroepsonderwijs is Leny Vink bezig met een promotieonderzoek dat zich richt op praktijkgericht onderzoek en op de opzet en begeleiding daarvan, en de aldus ontstane nieuwe kennis zodanig te benoemen dat deze overdraagbaar is en gedeeld kan worden. Praktijkkennis, evidence based knowledge, kennis waar andere opleidingen daadwerkelijk hun voordeel mee kunnen doen. Wij hebben de kans gekregen om binnen de lerarenopleiding mee te werken in dit promotieonderzoek, waarbij een aantal begeleidingsaspecten zeer kritisch onder de loep worden genomen.
Het onderzoek is gaande, maar de eerste resultaten zijn nu beschikbaar.

Workshop van 60 minuten
Programma workshop:
1 Inleiding over de bedoeling en inhoud van dit onderzoek (15 minuten)
2 Deelnemers kennis laten maken met één aspect van de nieuwe begeleidings
vorm (20 minuten) In groepjes werken de deelnemers samen aan een
opdracht; ze ervaren wat studenten meemaken.
3 Discussie over effecten van deze begeleidingsvorm (15 minuten)
4 Resultaten van het onderzoek (10 minuten)

Literatuur:
• Leijnse, F., Hulst J., & Vroomans L. (2006) Passie en precisie, over de veranderende
functie van hogescholen Thema, tijdschrift voor hoger onderwijs en management
• Knezic, D & M. Verhaart (2006); Action research for Action research: A double
Loop Approach, Niet gepubliceerd artikel (HU)
• Oost, Heinze, (2004), Een onderzoek begeleiden, HB Uitgevers, Baarn
• Petra Ponte (2006), Onderwijs van eigen makelij, Nelissen, Soest
• Slootweg, Jannie: Met lege handen? Een analyse van mijn ervaringen als begeleider
van Actieonderzoek. (In Ponte 2006, deel 3 blz 61-72)
• Vos, Johannes van der, Henk Borgdorff, AnneLoes van Staa (2007): Kennis in context,
Onderzoek aan hogescholen, http://www.scienceguide.nl/pdf/KennisinContext.
pdf (2 januari ‘08) (ook verschenen in Thema)
• Zwaal, Piet; Take two: Actie! De begeleiding van docenten bij de uitvoering van
actieonderzoek tijdens een periode van stagnatie (In Ponte 2006, deel 3 blz 73-87)
• Studiegids MOE Biologie Archimedes lerarenopleiding
• http://www.velon.nl/beroepsstandaard/beroepsstandaard (6 december ’07)