Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Presentatie 53 - Praktijkgericht onderzoek in een landelijk expertisecentrum lerarenopleidingen in de casus ELWIer

Hoe maken we kennis?


VELON-congres 2008: Kennis-maken

Presentator
J.D.H.M Vermunt

Presentatie 53 - Praktijkgericht onderzoek in een landelijk expertisecentrum
lerarenopleidingen in de casus ELWIer


J.D.H.M Vermunt, J. Daemen, J. van Maanen, Universiteit Utrecht, UTRECHT
M. Kool, Hogeschool Domstad, UTRECHT
M. van Groenestijn, D. Lindenaar, L. Munneke, Hogeschool Utrecht, UTRECHT
H. Logtenberg, Hogeschool Windesheim, ZWOLLE
M. Pijls, R Dekker, Universiteit van Amsterdam, AMSTERDAM

Parallelsessie 2 Maandag 31 maart van 14.45 uur tot 16.00 uur, zaal 58.


ELWIeR
Op 1 december 2006 is het landelijk Expertisecentrum Lerarenopleidingen Wiskunde en Rekenen (ELWIeR) van start gegaan. Hierin werken Freudenthal Instituut (UU), Hogeschool Domstad, APS, Hogeschool Utrecht, Hogeschool Windesheim, ILO (UvA), Ruud de Moor centrum (OU) en IVLOS (UU) samen. De centrale doelstelling betreft het bevorderen van de kwaliteit en het rendement van de lerarenopleidingen rekenen en wiskunde in Nederland. Deze is in ELWIeR uitgewerkt in vier componenten: Materialen, Forum, Infopunt en Onderzoek. In deze bijdrage staat het Onderzoek centraal.
Team Onderzoek doet korte, praktijkgerichte onderzoeken naar het leren en onderwijzen van rekenen en wiskunde. Tevens ontsluit en bundelt het team bestaande onderzoeks¬resultaten op het gebied van reken– en wiskundedidactiek. In het heterogene team werken lerarenopleiders en onderzoekers van hogescholen en universiteiten samen.

Veldraadpleging
Bij de vaststelling van de onderzoeksthema’s wilde het onderzoeksteam nadrukkelijk rekening houden met de vragen die bij de lerarenopleidingen (Pabo, 2e graad, 1e graad) leven. De opleidingen en individuele opleiders/nascholers werden daarom via een digitale enquête uitgenodigd om relevante onderzoeksthema’s door te geven.
Van 49 respondenten en 5 organisaties werden vragen ontvangen. Samen met de
onderzoeksplannen van de teamleden gaf dit een bonte verzameling van zo’n 132 onderzoeksvragen en een mooi inzicht in wat er zoal leeft in het veld. Vervolgens heeft
het onderzoeksteam de vragen geclusterd naar onderwerp en subthema (zie www.
elwier.nl). Dat gaf een indicatie over de mate waarin onderwerpen belangrijk werden gevonden door het veld. Belangrijk gevonden clusters hadden onder meer betrekking op het leren van (vakdidactiek) rekenen en wiskunde in een competentiegerichte opleiding, het leren, professionaliseren en functioneren van studenten en zittende docenten rekenen/wiskunde, en startcompetenties aan het einde van de lerarenopleiding.
In de presentatie al nader op deze thema’s worden ingegaan.

Onderzoeksprogramma
Vervolgens heeft het Onderzoeksteam gewerkt aan het maken van een onderzoeksprogramma voor Elwier-Onderzoek voor de komende twee jaren (de door OC&W gefinancierde periode van de expertisecentra). Dat betekende onder andere keuzes maken, prioriteiten aanbrengen, volgordes bepalen en koppelingen zoeken tussen teamleden en onderzoeksthema’s. 132 vragen zijn er immers te veel om in dit tijdsbestek aan te pakken. Als centrale probleemstelling van het onderzoeksprogramma werd gekozen: Op welke wijze kan het opleidingsonderwijs rekenen / wiskunde worden geoptimaliseerd binnen een competentiegerichte opleidingsdidactiek? In zes onderzoeksprojecten worden verschillende facetten van deze probleemstelling aangepakt.
Deze projecten dekken samen zowel de opleidingen PABO, tweedegraads en eerstegraads, en hebben betrekking op zowel de initiële opleidingen als het leren en professionaliseren van zittende docenten in het kader van onderwijsvernieuwing. In de presentatie zullen exemplarisch de methoden en resultaten van verschillende van deze onderzoeksprojecten worden gepresenteerd en met elkaar vergeleken.

Discussie
De discussie zal zich toespitsen op de gevolgde werkwijze en de daarmee bereikte resultaten tot nu toe. Is de veldraadpleging een vruchtbare werkwijze die navolging verdient? Of is het toch beter onderzoeksvragen af te leiden vanuit de stand-van-zaken van een bepaald wetenschapsgebied zoals meestal gebeurt? Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van dit type kortlopend praktijkgericht onderzoek en ontsluitingsonderzoek? Graag nodigen we belangstellenden uit om over deze en dergelijke vragen met ons in discussie te gaan.