Presentatie 49 - Kennis ontwikkeling door praktijkonderzoek door pabo-studenten en werkveld
Hoe maken we kennis?
VELON-congres 2008: Kennis-maken
- Presentator
- Anouke Bakx
Presentatie 49 - Kennis ontwikkeling door praktijkonderzoek door pabo-studenten en werkveld
Anouke Bakx, Fontys PABO Tilburg, lectoraat nieuw leren en nieuwe leerarrangementen
Parallelsessie 4 Dinsdag 1 april van 11.00 uur tot 12.00 uur, zaal 83.
De lerarenopleiding basisonderwijs draagt de verantwoordelijkheid om voldoende
en hoog gekwalifi ceerde leraren op te leiden, die enerzijds toegerust zijn voor het
werken in het primair onderwijs én die anderzijds tegemoet kunnen komen aan de
behoeften van de moderne, dynamische maatschappij. Het doen van praktijkgericht
onderzoek door leraren komt hiermee steeds meer in de belangstelling te staan. Een
veronderstelling is dat leraren die hun eigen praktijk onderzoeken kwalitatief betere
professionals worden. Net als op veel Pabo’s, speelt praktijkonderzoek ook binnen de
Fontys PABO Tilburg een belangrijke rol. Bij het invoeren van het nieuwe curriculum,
is er een groter accent komen te liggen op het doen van onderzoek door studenten.
Hiervoor is een onderzoekslijn ontwikkeld die start in de propedeuse en afgerond
wordt met een afstudeeronderzoek. Het uitgangspunt is dat de studenten kennis
verwerven, handvatten ontwikkelen om hun eigen handelen te kunnen verbeteren en
buiten de ‘traditionele kaders’ van leren treden, door het ontwikkelen en uitvoeren
van praktijkgericht onderzoek.
Praktijkgericht onderzoek: hoe en wat
In de presentatie wordt ingegaan op de plaats van onderzoek in het curriculum in de
verschillende fasen van de opleiding. Als ‘good practice’ wordt het praktijkonderzoek
dat studenten in de hoofdfase uitvoeren als voorbeeld besproken. Het onderzoek is
ingekaderd binnen een leerarrangement dat ongeveer een half jaar lang loopt. De
inhoud van het leerarrangement is ‘cultuur en diversiteit’. Enerzijds leren studenten
hierover door onderwijsactiviteiten bij te wonen, zoals hoorcolleges en onderwijspractica
en anderzijds voeren zij onderzoek uit.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door 104 studenten uit de hoofdfase; zij werken
in groepjes van vier samen aan een onderzoeksvraag. Wat voor soort vragen, welke
thema’s en op welke wijze onderzoek is uitgevoerd, wordt in de presentatie nader
toegelicht.
Systematiek voor het uitvoeren van onderzoek
Er zijn twee centrale uitgangspunten gehanteerd voor het onderzoek:
1. Het verbindende principe: samenwerken met externe partijen die ook belang
hebben bij de gegevens die het onderzoek oplevert
2. Theoretisch uitgangspunt: een onderliggend concept voor praktijkonderzoek.
Verbindend principe
In Nederland wordt reeds jarenlang onderzoek gedaan naar achterstandsbeleid en
bijvoorbeeld ‘gelijke onderwijskansen’. Zo ook in Tilburg. Er is contact gelegd en
met de gemeente in Tilburg en zij zijn opdrachtgever geworden voor het onderzoek.
De verbetering van de ‘oude wijken en achterstandswijken’ staat voor de gemeente
hierin centraal. Partijen die participeren in het onderzoek zijn de GGD, adviesbureau
Ordina, opbouwwerk, de drie basisscholen uit de wijk en de pabo. Gezamenlijk wordt
het onderzoek uitgevoerd, waarbij de GGD en Ordina met name kwantitatieve gegevens verzamelen. De pabo-studenten richten zich op zelf gegenereerde thema’s en
zij verzamelen gegevens in direct contact met de kinderen, ouders en leerkrachten uit
de wijk. De thema’s zijn ontleend uit wat zij in de praktijk hebben gezien; vervolgens
zijn de thema’s theoretisch onderzocht en onderbouwd en daarna zijn de groepjes
studenten onderzoek op de scholen gaan doen.
Theoretisch uitgangspunt in relatie tot competentie ontwikkeling
Er wordt gewerkt volgens de principes van participatief jeugdonderzoek (De Winter
& Kroneman, 2003) in combinatie met de RBA-methode van Mark Friedman (Results
Based Accountability). Participatief jeugdonderzoek is een bepaald type onderzoek
dat talloze vraagstellingen en methoden mogelijk maakt en allerlei methodologische
kwesties oproept (Diepstraten e.a., in voorbereiding) (van: hoe formuleer ik een
onderzoeksvraag, welke methode past daarbij én is geschikt voor de doelgroep tot
en met vragen over betrouwbaarheid en geldigheid). Het omvat talrijke leermogelijkheden
om SBL-competentie 7 (refl ectie en ontwikkeling) te ontwikkelen, het draagt
bij aan competentie 6 (samenwerking met omgeving), het vergt inzicht in en vergroot
inzicht in ontwikkeling en achtergronden van kinderen (competentie 2), het vraagt
heel wat van de persoonlijke kwaliteiten als onderzoeker (competentie 1), er wordt
intensief samengewerkt met medestudenten (competentie 5).
Het moet gaan om écht onderzoek, onderzoek dat er ook toe doet in de werkelijkheid.
Daarnaast is er gewerkt volgens de RBA-methode van Friedman (2005), waarbij
uitgegaan wordt van het idee dat je moet meten wat voor oplossingsgerichte activiteiten
je als gemeente onderneemt, en waarbij geldt dat je alleen met de betrokkenen
(in ons geval de kinderen, ouders en scholen) samen kunt komen tot werkbare
oplossingen. Mark Friedman is zelf deze methode komen toelichten.
Verkregen inzichten
De verkregen inzichten zijn tweeërlei: enerzijds zijn er inzichten verworven in achterstandsproblematieken
en het verschil dat de leraren hierin kunnen maken. Daarnaast
is er inzicht opgedaan over het doen van onderzoek door studenten, wat hier wel en
niet haalbaar in is, hoe studenten hier tegenaan kijken, hoe de scholen en gemeenten
een dergelijk soort samenwerking ervaren en de relevantie van de verkregen gegevens.
Met name het onderzoeksproces en de bijdrage die dit levert aan de competentieontwikkeling
van de toekomstige leraren zal in de presentatie centraal staan.
Discussie: de implicaties en een blik op e toekomst
Tijdens de discussie staan twee vragen centraal:
• hoe denkt u dat studenten dit onderzoek vinden?
• dit onderzoek dat zojuist is toegelicht, is dat het type onderzoek dat past in het
HBO?
Hiervoor is een vragenlijstformulier gemaakt (één A4) waar een eerste indruk in gezet
kan worden. Vervolgens wordt dit besproken en uitgewisseld.
Referenties
Diepstraten, I. e.a. (in voorbereiding). Kinderen in achterstandswijken: op naar gelijke
kansen…: participatief jeugdonderzoek voor het zoeken naar werkbare oplossingen.
Friedman, M. (2006). Trying hard is not good enough. Victoria: Trafford publishing.
Winter, M. de, & Kroneman, M. (2003). Inleiding. In: Winter, M. de en Kroneman, M.
(red.). Participatief jeugdonderzoek. Ministerie van VWS. Assen: Van Gorcum.







