Velon
VELOV congres 2012
VELON factsheet
Lid worden
Vlaanderen
Discussie
Lieve Lita

Symposium 112 - Masteropleiding Special Educational Needs

Hoe maken we kennis?


VELON-congres 2008: Kennis-maken

Presentator
H. van Huijgevoort

Symposium 112 - Masteropleiding Special Educational Needs

H. van Huijgevoort

Parallelsessie 4 Dinsdag 1 april van 11.00 uur tot 12.00 uur, zaal 54.
Parallelsessie 5 Dinsdag 1 april van 13.30 uur tot 14.30 uur, zaal 54.

Fontys OSO, Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg, verzorgt sinds 2007 de
Masteropleiding Special Educational Needs. Interactieve professionaliteit en interactieve
vormen van kennisontwikkeling zijn richtinggevend voor de vormgeving van
deze opleiding. De opleiding wordt hierbij opgevat als een ‘platform’ waarbinnen
diverse betrokkenen samenwerken in kennisconstructie en kennisdeling. Praktijkonderzoek
maakt een essentieel onderdeel uit van de opleiding.
Met het symposium willen we de deelnemers laten kennismaken met het concept
en de uitwerking die hieraan wordt gegeven. Het concept is interessant voor andere
opleidingen, met name instellingen die postinitieel onderwijs verzorgen. Dit vormt
het eerste deel van het symposium. Belangrijk discussiepunt is: de spanning tussen
interactieve kennisontwikkeling en formele accreditatie-eis van een Masteropleiding.
De vormgeving van de Masteropleiding wordt ondersteund door onderzoek, uitgevoerd
door leden van de kenniskring. Deze onderzoeken zullen in de vorm van een
rondetafelgesprek worden gepresenteerd en besproken. Hierbij gaat het met name
om de consequenties voor het opleiden binnen het concept ‘de opleiding als platform’.
Dit vormt het tweede deel van het symposium

Onderzoeken die aan de orde komen zijn:
1. Bouwen aan professionele identiteit op het platform: verhalen in dialoog
2. Actieonderzoek en schoolontwikkeling door leiderschap van docenten
3. Congruentie in onderliggende waarden en overtuigingen in relatie tot
schoolcultuur en actieonderzoek
4. De ontwikkeling van ‘de stem’ van leerlingen
5. Samen met docenten refl ecteren op bumpy moments
6. Het ‘opschalen’ van kleinschalig leerkrachtonderzoek naar de schoolorganisatie
De context van het symposium is de Masteropleiding.
Betrokkenen: Kara Vloet, Karel Smeets, Jos Kienhuis, Carlos van Kan, Frank Cornelissen

Bouwen aan professionele identiteit op het platform: verhalen in dialoog
Kara Vloet: Fontys Hogescholen OSO
Studenten in een postinitiële opleiding hebben als ervaren leraren al een professionele
identiteit opgebouwd als zij het platform betreden. Bij professionele identiteit gaat
het om het antwoord op de vraag: Wie ben ik als leraar? en: Wat voor soort leraar wil
ik zijn? Professionals in speciale onderwijszorg moeten voortdurend balanceren tussen
zelfsturing (waarbij zij zelf hun doelen kunnen bepalen en hoe dit te bereiken) en
zelfregulering (waarbij anderen dat bepalen) (Ponte, 2003; 2007). Dit raakt hun professionele
identiteit, maar hoe is nog niet systematisch onderzocht. Het is belangrijk
de (eigen) professionele identiteit te leren kennen, omdat zij van invloed is op subjectieve
opvattingen over onderwijs - als ‘persoonlijk interpretatiekader’ – en op het
professioneel handelen in de eigen praktijk. Het gaat bij professionele identiteit dan niet alleen om zelfkennis (cognitief ), maar ook om zelfbeleving (emotioneel niveau).
In mijn narratief onderzoek staat ontwikkeling van professionele identiteit door ervaren
leraren centraal als zij - in het kader van een opleiding in speciale onderwijszorg
– actieonderzoek gaan doen om inzicht in hun eigen professionele praktijk te krijgen
en deze te verbeteren. Op verschillende momenten onderzoeken we met studenten
zélf hun professionele identiteit als ervaren leraren met behulp van een ontwikkeld
instrument dat gebaseerd is op het Biografi sch Interview van Kelchtermans (1994;
2007) en de waarderingstheorie/ ZelfKonfrontatie Methode (ZKM) en Dialogical Self
theorie van Hermans e.a. (1995; 2002; 2006). Met ontlokkers refl ecteren leraren op
betekenisvolle ervaringen uit hun biografi e, loopbaan en praktijk over hun beroepsmotivatie,
taakopvatting en zelfbeeld. Deze zelfonderzoeken zijn onderdeel van de
opleiding, maar vormen ook de basis van mijn onderzoek. In mijn bijdrage zal ik een
deelonderzoek presenteren, naar professionele identiteit, uitgedrukt in beroepsmotivatie,
taakopvatting en zelfbeeld, van een elftal ervaren leraren uit verschillende
opleidingtrajecten,, als zij één jaar in de opleiding zitten, alvorens zij actieonderzoek
gaan doen. De volgende resultaten komen naar voren:
1. Allen zien het worden van een speciale leraar als een stap in hun loopbaan. Daarbij
zijn zij gemotiveerd om in speciale onderwijszorg te werken vanuit diverse achtergronden;
m.n. voor déze speciale taak in leerlingbegeleiding, loopbaanbegeleiding of
leerwegondersteuning met VMBO- leerlingen en ‘zorg’leerlingen; vanwege een grote
betrokkenheid bij en speciaal contact met deze leerlingen, vanuit hun missie om bij te
dragen aan ontwikkeling van deze leerlingen en hun toekomst.
2. Allen ontwikkelen een kritische taakopvatting, met hun rol als begeleider/ coach
van leerlingen als kern, en een visie waarin stimuleren van de zelfsturing en zelfverantwoordelijkheid van leerlingen centraal staat. Ook voorwaarden scheppen hiervoor
zien zij als hun taak (subrollen als begeleider/ coach van collega’s, coördinator van
speciale onderwijszorg, expert en vernieuwer/ beleidsontwikkelaar); naast vakdocent,
collega, werknemer in de organisatie, en hun maatschappelijke rol in omgaan met
diversiteit tussen leerlingen; en tot slot rollen als student en in de privé-sfeer. Hun
taakbeleving is daarbij afhankelijk van henzelf en hun context.
Zij genieten wanneer het hen lukt om deze kern en visie in hun praktijk te verwezenlijken;
maar vinden het moeilijk wanneer dat niet lukt. Nog moeilijker vinden zij het
coachen/begeleiden van collega’s; m.n. wanneer hun eigen taakopvatting botst met
die van anderen in hun context, wat gepaard gaat met negatieve en ambivalente gevoelens
(frustratie, machteloosheid). Zij zetten zich af tegen collega’s of directie wanneer
die een andere taakopvatting hebben dan zij zelf. Dit kan tot confl icten leiden;
zowel in een interne dialoog met zichzelf als in een externe dialoog met anderen in
de context.
3. Professioneel zelfbeeld ontwikkelen leraren in dialoog met hoe ze zichzelf in het
verleden zagen en in de toekomst graag zien, in een dialoog tussen verschillende subidentiteiten
en in dialoog met hoe anderen in de context hen zien, wat soms confl icteert,
soms in harmonie is of tot ambivalentie leidt.
Geconcludeerd kan worden dat ervaren leraren moeten onderhandelen over hun
professionele identiteit ‘in wording’ in speciale onderwijszorg in de context van hun
beroepspraktijk, door er een bijdrage aan te leveren enerzijds er in te participeren
anderzijds (Wenger, 1998). Zij moeten steeds de balans zoeken tussen zelfsturing en zelfregulering: in een interne dialoog met zichzelf en in een externe dialoog met
anderen. Zelfonderzoek naar professionele identiteit kan op een platform bijdragen
aan het leren ‘verstaan’ van jezelf als speciale leraar (professionele identiteit); je
motivatie, opvattingen over onderwijszorg en jezelf; maar ook zicht geven op hoe je
jezelf als professional ervaart en je jezelf in je beroepspraktijk kunt versterken. Nader
onderzoek wordt aanbevolen om vanuit die belevingskant het latente zelfverhaal van
leraren te onderzoeken, naast het manifeste verhaal, om op te sporen waar hun persoonlijk
groeipotentieel zit. Dat kan bijdragen aan leraren ‘empoweren’ in hun rol als
‘change agent’ in hun professionele praktijk als zij daar hun leerlingen willen ‘empoweren’,
om zo uiteindelijk bij te dragen aan een inclusieve onderwijspraktijk.

Actieonderzoek en schoolontwikkeling door leiderschap van docenten
Karel Smeets: Fontys Hogescholen OSO
Deze round table presentatie gaat over een casestudie naar de relatie tussen actieonderzoek
en leiderschap van docenten in een school voor Speciaal Onderwijs. Het
actieonderzoek werd uitgevoerd door de docenten van de school en was onderdeel
van een in-service opleidingstraject op post-HBO-niveau, waarbij meer dan veertig
docenten van de school betrokken waren. Er werd verondersteld dat docenten via
actieonderzoek niet alleen hun grip op het eigen werk in de klas zouden vergroten,
maar ook meer leiderschap in hun school zouden ontwikkelen. Deze aanname werd
gekoppeld aan het begrip ‘teacher leadership’. Voor het onderzoek zijn onder andere
twaalf open interviews met de actieonderzoekers in de school gehouden. Het onderzoek
laat inderdaad zien dat actieonderzoek bijdraagt aan meer grip op het werk
in de klas en in de school als geheel, mits aan een aantal voorwaarden in de school
voldaan wordt.
In de presentatie wordt stilgestaan bij het begrip teacher leadership en hoe het onderzoeksmatig is uitgewerkt voor deze casestudie. De uitkomsten van het onderzoek
worden besproken en via discussie verbonden aan consequenties voor opleiden in
scholen.
Gewenste groepsgrootte: max 15. deelnemers.
Audiovisuele hulpmiddelen: beamer.

De ontwikkeling van ‘de stem’ van leerlingen
Jos Kienhuis: Fontys Hogescholen OSO
Op een School voor Praktijkonderwijs heeft het onderbouwteam praktijkgericht onderzoek
uitgevoerd. Dit team zet onderzoek in als een praktische, refl ectieve manier
om met behulp van oplossingsgerichte gespreksvoering gewenste veranderingen met
hun leerlingen te bespreken en door te voeren in hun schoolpraktijk.
Op school zijn er altijd wel zaken die om een oplossing vragen. Een belangrijk onderdeel
in het leerproces van leerlingen is; dat zij leren refl ecteren, met elkaar in dialoog
gaan over de onderwerpen en problemen die spelen, hun eigen doelen en succes
leren formuleren en meten, dat zij onderzoeken en ervaren dat hun huidige ideeën en
oplossingen tijdelijke stappen zijn in de integratie van kennis. Tijdens deze ‘round table’ staat centraal in welke mate en op welke wijze teamleden, samen met leerlingen,
‘de stem van leerlingen’ een plaats geven in het onderwijs en hoe deze in ontwikkeling
is.

Congruentie in onderliggende waarden en overtuigingen in relatie tot
schoolcultuur en actieonderzoek
Hans van Huijgevoort: Fontys Hogescholen OSO
Actieonderzoek wordt door ons opgevat als een strategie voor professionele ontwikkeling
binnen postinitieel onderwijs, in het bijzonder de Masters SEN. Dit onderzoek
wordt uitgevoerd binnen de eigen school en heeft als doel het begrijpen én verbeteren
van de eigen praktijksituatie. Actieonderzoek wordt gekenmerkt door gezamenlijke
principes, maar kent een diversiteit aan verschijningsvormen. Een van de
principes betreft het participatieve karakter van het onderzoek, de gemeenschappelijke
refl ectie en constructie van betekenis. In de bijeenkomst wordt de vraag centraal
gesteld in hoeverre welke concrete vorm van onderzoek binnen een specifi eke
werkomgeving mogelijk is. Hierbij wordt een koppeling gelegd naar de schoolcultuur,
waaronder het leiderschap, de wijze waarop docenten samenwerken, de binding in
de organisatie, de strategische accenten en geformuleerde succescriteria.
In de bijeenkomst zal een presentatie worden gegeven van een casestudie naar de
relatie tussen actieonderzoek en schoolcultuur binnen een project waaraan Vlaamse
en Nederlandse scholen hebben deelgenomen. Twee van de deelnemende scholen
zijn hiertoe bevraagd op hun inzet en vormgeving van actieonderzoek. De resultaten
ondersteunen het idee dat feitelijke keuzes worden bepaald door waarden en opvattingen
die voor waar worden aangenomen en daardoor niet ter discussie worden
gesteld. Keuzes en vormgeving lijken te worden beïnvloed door gemeenschappelijke
waarden en overtuigingen die tot uitdrukking komen in de schoolcultuur maar ook
door waarden en overtuigingen die zijn verankerd in de persoonlijke biografi e en professionele identiteit van de betreffende onderzoeker.
In de bijeenkomst zal gewerkt worden met een theoretisch kader waarbinnen de relatie
tussen actieonderzoek en schoolcultuur onderzocht en bespreekbaar gemaakt kan
worden. Dit kader leent zich voor dialoog én verbinding met de eigen ervaring.
Het onderzoek leidt tot een pleidooi om binnen werkgroepen die actief zijn in schoolontwikkeling aandacht te besteden aan kennisvragen en onderliggende opvattingen,
als basis voor onderzoeksmatig handelen.
De bijeenkomst heeft het karakter van een presentatie met een werkopdracht. Hiermee
kan een verbinding worden gemaakt met eigen werkervaring.
Gewenste groepsgrootte: max 15. deelnemers.
Audiovisuele hulpmiddelen: beamer.

Samen met docenten refl ecteren op bumpy moments
Carlos van Kan: Fontys Hogescholen OSO
Mijn onderzoek richt zich op pedagogische overwegingen van docenten. De algemene
onderzoeksvraag is de volgende:
‘Welke pedagogische afwegingen betrekken docenten bij het interpreteren van
bumpy moments in hun praktijk’
Ik ben benieuwd welke afwegingen docenten betrekken bij het interpreteren van
situaties die een pedagogische lading hebben; zogenaamde bumpy moments Je
kunt bij een dergelijke situatie bijvoorbeeld denken aan een leerling die zijn vinger
niet opsteekt en het juiste antwoord door de klas roept. Welke afwegingen roept
een dergelijke situatie op wanneer deze achteraf geïnterpreteerd wordt. Ik ben niet
alleen geïnteresseerd in individuele afwegingen van docenten, maar ook in afwegingen
binnen een groep van docenten met een zelfde werkcontext (regulier- of speciaal
onderwijs en primair- of secundair onderwijs). Tevens ben ik geïnteresseerd naar het
leerproces dat in gang wordt gezet wanneer docenten individueel en gezamenlijk met
andere collega’s refl ecteren op deze afwegingen.

In mijn bijdrage wil ik graag in gaan op de procedure die ik hanteer om deze afwegingen
te expliciteren. Methodologisch kan de procedure geduid worden als een ‘repertory
grid techniek’. Aan de hand van voorbeelden, dilemma’s en vragen wil ik mijn
methode van dataverzameling bespreken. Enerzijds om de methode aan te scherpen
anderzijds om de toepasbaarheid van de methode in een opleidingscontext te bezien.
Het ‘opschalen’ van kleinschalig leerkrachtonderzoek naar de schoolorganisatie
Frank Cornelissen Fontys Hogescholen OSO
Presentatievorm: round table (met plenaire inleiding)
Gewenste groepsgrootte: geen maximum
Audiovisuele hulpmiddelen: beamer & laptop

Ondersteunde infrastructuren worden als een cruciale factor gezien in het bevorderen
van zowel de grootschalige onderwijskundige verandering als de professionele
kennisontwikkeling van individuele leerkrachten. In het afgelopen decennium zijn
diverse van dergelijke infrastructuren geconceptualiseerd, zoals bijvoorbeeld: lerende
organisaties, lerende gemeenschappen, ‘communities of practice’ of een platform.
Zulke infrastructuren richten zich op het vervlechten van de ontwikkeling van het
individu, de groep en de organisatie of gemeenschap. Het gezamenlijk doen van
onderzoek wordt hierbij steeds aangemerkt als een belangrijk middel. Een groeiend
aantal onderzoeken toont aan dat een infrastructuur waarin het doen van onderzoek
een centrale plaats krijgt (‘community of inquiry’) de individuele kennisontwikkeling
van leerkrachten kan stimuleren. De verwachting is dat hierdoor ook de ontwikkeling
van de schoolorganisatie en gemeenschap wordt bevorderd. Er bestaat echter een
gebrek aan inzicht op welke manier de kleinschalige onderzoekspraktijk van de leerkrachten hun bredere omgeving van de schoolorganisatie en gemeenschap beïnvloeden.
Zogenaamde ‘derde persoon’ onderzoeksbenaderingen mikken op een dergelijke
beïnvloeding van de organisatie of gemeenschap. Deze benaderingen staan echter
vooralsnog in de kinderschoenen.

Dus ondanks dat derde persoon onderzoeksactiviteiten van cruciaal belang zijn in het
‘opschalen’ van kleinschalige onderzoeksactiviteiten (individueel of groepje), blijven
er veel vragen bestaan over de aard, de processen en de uitkomsten van die derde
persoon onderzoeksbenaderingen. In een onlangs gestart promotieonderzoek wordt
onderzocht hoe derde persoon onderzoeksactiviteiten de schoolorganisatie beïnvloeden.
Voorafgaand aan de round table wordt een korte inleiding gegeven op de onderzoeksopzet
en op enkele benaderingen van de zgn. derde persoonsonderzoekactiviteiten.
Vervolgens wordt in een round table sessie met de deelnemers vanuit hun
eigen kennis en praktijkervaring gerefl ecteerd op de aard en mogelijkheden van
derde persoonsonderzoek.